Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1801

  • 'De benoeming van J.H. van der Palm, hoogleraar in de Oosterse Talen en Oudheden in Leiden tot agent van Nationale Opvoeding, bracht in 1799 de kwestie in een aanzienlijke stroomversnelling. Onder zijn leiding kwam in 1801 de eerste onderwijswet tot stand. In de geest van de Staatsregeling van 1798 speelde de centrale overheid een doorslaggevende rol bij bestuur en wetgeving van het onderwijs. Gesteld werd dat alle kinderen in de Bataafse Republiek in de gelegenheid zouden moeten worden gesteld om onderwijs te volgen en dat gemeentebesturen moesten instaan voor de aanwezigheid van voldoende scholen en behoorlijk betaalde onderwijzers. Het toezicht op het onderwijs werd opgedragen aan departementale schoolbesturen, bestaande uit schoolopzieners, die benoemd werden door het "Uitvoerend Bewind".

    De wet onderscheidde openbare scholen, die helemaal of gedeeltelijk werden onderhouden uit publieke middelen en bijzondere scholen, die bekostigd werden uit kerkelijke en particuliere middelen.

    De schoolopzieners zouden alleen toezicht houden op de openbare scholen. Het toezicht op bijzondere scholen werd uitgeoefend door plaatselijke schoolbesturen, die door de gemeentebesturen werden benoemd.

    Toelating als onderwijzer aan een openbare school kon pas geschieden, na het afleggen van een examen bij het departementaal schoolbestuur en met een getuigschrift van goed zedelijk gedrag.
    Voor bijzondere scholen werd dit examen afgenomen door de plaatselijke schoolbesturen, die ook toestemming zouden moeten geven voor de oprichting van nieuwe bijzondere scholen.

    HET DEPARTEMENTAAL SCHOOLBESTUUR VAN DE DELF
    Ter uitvoering van de wet benoemde het "Uitvoerend Bewind" op 22 augustus 1801 5 twee schoolopzieners voor het departement van de Delf. Dit bestuur installeerde zich op 16 september 1801 en deed onmiddellijk een verzoek aan de Agent voor Nationale Opvoeding om een schoolopziener toegevoegd te krijgen. Dit werd dadelijk gehonoreerd door de benoeming van L.C. Mazel.

    De werkzaamheden en taken van de schoolopzieners werden vastgelegd in instructies. Op de vergaderingen werden de verslagen besproken, die elke schoolopziener maakte van de toestand van de scholen en het onderwijs in zijn distrikt. Daartoe bezocht hij deze scholen tweemaal per jaar
    voor een inspektie. Daarnaast vormde de examinering van onderwijzers en de afgifte van getuigschriften een belangrijke taak.

    Het werkterrein van dit departementaal schoolbestuur was veel beperkter dan het grondgebied van de huidige provincie Zuid-Holland. Het bestond hoofdzakelijk uit het gebied ten noorden van de Nieuwe Maas en de Lek en ten zuiden van de Oude Rijn. Ook de Lopikerwaard maakte deel uit
    van dit departement. De Alblasserwaard behoorde tot het departement van de Rijn, terwijl Goeree-Overflakkee, Voorne-Putten, de Hoekse Waard en het Eiland van Dordrecht deel uitmaakten van het departement van Schelde en Maas. Het gebied ten noorden van de Oude Rijn, rond de stad Leiden, behoorde tot het departement van Texel.

    DE ONDERWIJSWET VAN 1803
    ...
    De politieke ontwikkelingen in 1801 maakten de invoering van de eerste onderwijswet vrijwel onmogelijk.
    '
    LINK
     
  • Schoolwet: hoofdelijk onderwijs wordt verboden; het wordt vervangen door klassikaal onderwijs. De landelijke overheid stelde onderwijswetten op die, evenals de voorschriften uit vroeger dagen, door onderwijsgevenden moesten worden uitgevoerd. Het schooltoezicht werd nu mede uitgeoefend door de landelijke overheid. Het rijksschooltoezicht  zou een bijdrage moeten leveren aan de ontwikkeling van vorm en inhoud van het Nederlands schoolsysteem.

    Schoolklas begin 18e eeuw: Leerlingen zitten in banken tegenover elkaar. Verder de lessenaar, de schoolkastjes om het werk te bewaren, de ongeluksvogel, de roede en de plak

    Lessenaar

    Schandbord

    Schoolkastjes

    Ongeluksvogel

    Schoolplak
  • Joseph-Marie Jacquard toont de eerste volautomatische weefmachine op een industriële beurs in Parijs.
     
  • De na de Bataafse omwenteling ingestelde departementen worden weer afgeschaft. De aloude provincies worden hersteld. Het nog zelfstandige Ameland wordt bij Friesland gevoegd; Goeree-Overflakkee komt bij Holland.