| Ottho Gerhard Heldring |
| 17 mei 1804-11 juli 1876 |
| - studeerde vanaf 1820 te Utrecht en werd in 1827 predikant te Hemmen. - In 1848 richtte hij de eerste instelling - asiel Steenbeek - op voor opvang van jonge vrouwen die ongewenst zwanger waren - ‘boetvaardige vrouwen’ - . De kinderen van deze vrouwen werden opgevoed en kregen onderwijs. Er werden ook jongeren opgevangen die zich vanwege hun gedrag en psychische problemen niet in de samenleving staande konden houden – Zetten -. Na Steenbeek volgde in 1857 Talitha Kumi, bestemd voor verwaarloosde jonge meisjes van twaalf tot zestien jaar die dreigden in de prostitutie terecht te komen, terwijl in 1863 nog Bethel werd geopend, een tehuis voor meisjes van zestien tot twintig jaar, die gevaar liepen in de gevangenis en vervolgens in de prostitutie te belanden. Ten slotte volgde in 1864 de stichting van een christelijke normaalschool, terwijl in 1870 de Vluchtheuvelkerk kon worden ingewijd. - stichtte in 1864 Nederlands eerste kweekschool voor onderwijzeressen. |
| Vader: Ottho Gerhard Heldring was de derde zoon van ds. Ottho Gerhard Heldring (1762-1841). |
| BRON - BRON |

'O.G. Heldring 1804-1876
O.G. Heldring was een sociaal bewogen predikant in de Betuwe. Hij schreef in Het Handelsblad over zaken die hij in zijn gemeente tegenkwam. De schrijnende sociale armoede kwam daarbij aan de orde. Hij schokte de lezers van Het Handelsblad met zijn verslagen van de hongersnood in de Betuwe in de winters van 1845 en 1856. Hij schreef over de hutten die te laag waren om rechtop in te staan: ‘Binnengetreden – of liever gekropen – vonden wij een onnozel wichtje op de natten kleigrond zitten, dat mij met strakke, doffe ogen aanzag, en nog een knaapje. Er was een stoel zonder zitting en een weinig asch tussen eenige steenen. De moeder was van huis, zij bedelde’ (in: Jak, 1989, 111). Hij stichtte scholen en inrichtingen voor ontspoorde minderjarigen, voor ongehuwde moeders en voor ontslagen vrouwelijke gevangenen. Dominee Heldring opende eveneens in 1864 een opleidingsschool voor onderwijzers in Zetten (Stilma, 1995, 98). Een groot aantal van deze instellingen bestaat nog in aangepaste vorm. Zo stichtte hij Asyl Steenbeek (1848) voor de opvang van jonge vrouwen die ongewenst zwanger waren. Drie jaar later stichtte hij het ‘doorgangshuis’ voor jongens in Hoenderloo. Het was de basis voor de huidige Hoenderloo-Groep. Nog altijd is de Heldring Stichting in Zetten een gespecialiseerde instelling voor jeugdzorg.'
Brandsma, Jan & Rinus Keyman (red.) (2012). Dr. D. Herderschêe, pionier van het speciaal onderwijs - een groots gedragen gehandicapt leven -. Retro Perspectief Volume 4. Amersfoort: Agiel, p. 15.