| Carel Steven Adama van Scheltema |
| 25 januari 1815-12 augustus 1897 |
| Hij studeert theologie in Leiden. In 1839 slaagt hij voor het proponentsexamen. Hij treedt in het huwelijk en aanvaardt een beroep van de hervormde gemeente in Borssele. Vijf jaar later, in 1844, verruilt het domineesgezin, waarin veertien kinderen zouden worden geworden (twee stierven als baby), dit voor Colijnsplaat. In 1845, een jaar later, vertrekt hij naar Hoorn en in 1849 wordt de Amsterdamse Jordaan zijn nieuwe werkterrein. Adama van Scheltema was geen predikant die zich tot de kansel en de studeerkamer beperkte. Levenslang streed hij tegen drankmisbruik. In 1844 werd hij lid van de Nederlandse vereniging tot afschaffing van sterkedrank, later ook bestuurslid. Na verloop van tijd werd hij geheelonthouder en ging, naar het voorbeeld van de Engelse Julia Wightman, drijvende kracht achter de Total Abstinence Society, ijveren voor een verbod op alle alcoholische dranken. Onbegrip was echter zijn deel. Drankmisbruik stond dikwijls niet op zich en was symptoom van sociale misère. Daarom ging Scheltema in de Jordaan over tot de oprichting van een christelijk wijkverbond dat evangelieverbreiding paarde aan sociale verheffing van de arbeidersbevolking. Centrum van de activiteiten werd het Willemshuis in de Egelantiersstraat dat in 1864 de deuren kon openen. Omdat alcoholconsumptie ook een gevolg was van het gebrek aan schoon drinkwater nam Scheltema’s christelijke wijkvereniging het initiatief tot de aanleg van een waterleidingnet in een deel van de Jordaan. Behalve in daad beoefende Scheltema de volksverheffing ook in woord. Van zijn hand verscheen proza en poëzie. Ook vertaalde hij stichtelijk werk uit het Engels, Duits en Frans. Behalve voor volksliteratuur ijverde Adama van Scheltema ook voor volkszang. Hij schreef vele liederen. In 1881 ging Scheltema om gezondheidsredenen met emeritaat, al jaren kampend met eczeem. Het betekende niet dat hij zich uit het openbare leven terugtrok. Nog in hetzelfde jaar richtte hij, samen met een aantal medestanders, de Nationale Christen Geheel-Onthouders Vereniging op, waarvan hij eerst voorzitter, later erevoorzitter was. Ook redigeerde Scheltema het orgaan van de vereniging. Na vijftig jaar kwam eindelijk de erkenning. Toen Adama van Scheltema in 1897 stierf was geheelonthouding een geaccepteerd maatschappelijk streven, niet in het minst door de aan weg timmerende socialistische beweging. Daarin zou een van zijn kleinzoons, ook Carel Steven geheten, zich als dichter onderscheiden. |
| Vader: Kassier, later boekhouder bij de Landsdrukkerij. |
| BRON - BRON - BRON |


Koning Willemshuis Handenarbeidlessen