| De hoeve waar Jan Geluk als kind opgroeide, lag ver van de bewoonde wereld af. Omdat hij in de zomermaanden niet kon worden gemist op de boerderij en het 's winters bijna onmogelijk was om naar de dorpsschool te gaan, genoot Jan Geluk nauwelijks lager onderwijs. Hij kreeg les van meester Van den Andel. Deze onderwijzer had al snel door dat de jongen die hij onder z'n hoede had een natuurtalent was. Van den Andel was zo onder de indruk van zijn leerling, dat hij deze zelfs thuis in de polder opzocht om hem les te geven. Op dertienjarige leeftijd werd Jan Geluk op verzoek van meester Van den Andel kwekeling op de lagere school in Oud-Vossemeer. Van den Andel, een gewone schoolmeester uit de provincie, had de beschikking over een goed voorziene bibliotheek, waar Jan Geluk gebruik van kon maken. Aan collega Jan Ligthart vertelde Geluk in 1899 dat door het grasduinen in de studieboeken van meester Van den Andel bij hem de lust was ontstaan 'voor de beoefening der opvoedkunde en daarmede verwante wetenschappen'. In 1851 legde Jan Geluk in Zierikzee het examen voor de vierde rang af. Dit examen hield in dat de kandidaat moest kunnen 'lezen, schrijven, rekenen en enige aanleg (hebben) tot het geven van onderwijs'. Kort na dit examen werd hij benoemd tot onderwijzer op een schooltje te Sint-Maartensdijk. Door middel van zelfstudie klom hij op tot onderwijzer in de eerste rang. Dit was een zeldzaamheid, want de geëxamineerde moest naast wis- en natuurkunde óók kennis hebben van de drie moderne talen, Latijn en Grieks. Van 1859 tot 1896 werd hij hoofd van de openbare school in Dinteloord en daarnaast van 1880 tot 1909 directeur en leraar van de normaalschool in dit dorp. In het negentiende-eeuwse Nederland genoot Geluk landelijke bekendheid en waardering door zijn vele pedagogische artikelen in vaktijdschriften als De Schoolbode en De gids van den onderwijzer. Hij schreef tientallen opstellen over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals psychologie, theologie, filosofie, geschiedenis, taalkunde en literatuur. De kroon op zijn schrijversarbeid was het in 1882 bij de Groningse uitgever J.B. Wolters verschenen Woordenboek voor opvoeding en onderwijs. Jan Ligthart noemde het Pedagogisch Woordenboek, zoals het in onderwijzerskringen kortweg bekend stond, een helder en eenvoudig geschreven meesterwerk. Jan Geluk was een belangrijke representant van de negentiende-eeuwse Nederlandse pedagogiek, omdat hij in zijn artikelen buitenlandse theorieën bruikbaar maakte voor het onderwijs. Voor alle regionen van het onderwijsveld - van inspecteurs tot kweekscholieren - verwoordde hij in zijn opstellen aanwijzingen over hoe te handelen in opvoedingssituaties. Het Pedagogisch Woordenboek kan worden getypeerd als een vademecum - een leidraad en handleiding - voor pedagogische adviezen. Op 29 april 1897 werd hem een wegens een chronisch geworden keelaandoening eervol ontslag verleend als hoofdonderwijzer van de openbare school. Pas in 1909, Geluk was toen 74 jaar, ging hij met pensioen als directeur van de normaallessen. |