LINK| T.J. de Boer |
| 1866-1942 |
| Ging naar de School met de Bijbel en was daarna werkzaam in het veehoudersbedrijf van zijn ouders. Op 17-jarige leeftijd wilde hij predikant worden. Hij ging naar Kampen, naar de Theologische School. Hij legde het theologisch kandidaatsexamen A af en predikte in Friesland. Hij studeerde verder en promoveerde in Duitsland en werd vervolgens bibliothecaris van het Friesch Genootschap en conservator aan het Fries museum in Leeuwarden. In 1897 werd hij conservator aan de universiteitsbibliotheek in Groningen. Bij Heymans verdiepte hij zijn psychologische studie. In 1904 werd hij onderbibliothecaris van de Koninklijke en in 1906 volgde zijn benoeming tot hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam, waar hij geschiedenis der wijsbegeerte, logica, metaphysica en psychologie doceerde. Zijn inaugurele rede handelde over Nietzsche en de wetenschap. In 1929 verscheen de vertaling met uitvoerige inleiding van Dewey, School en Maatschappij. Het onderwijs in de psychologie kreeg in de jaren 1907-1932 meer structuur door toedoen van De Boer, die afwisselend een jaar 'algemene' en een jaar 'speciale psychologie' doceerde. In het kader van de speciale psychologie gaf De Boer tevens praktische oefeningen. |
| Vader: Veehouder. |
|
BRON: H.J. Pos, Levensbericht Tj. de Boer. BRON |

Verwey A. (1906) Intree-rede van Prof. de Boer. In: Proza, deel VIII. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf en Em. Querido. MCMXXIII, 192 e.v. .
LINK
LINK| Elisabeth Boddaert |
| 1866-1948 |
| Zij kreeg een protestants-christelijke opvoeding, privé-onderwijs en twee jaar vorming op waarschijnlijk buitenlandse kostscholen. Als jonge vrouw verkeerde zij maatschappelijk gezien in de hoogste kringen. In Lausanne voltooide zij de middelbare school, behaalde daar het verpleegstersdiploma en deed ervaring op als wijkverpleegster. Vervolgens verhuisde zij naar Edinburgh om er te werken in de Royal Infirmary, dat indertijd werd beschouwd als het beste ziekenhuis ter wereld door de hervormingen die de Britse pionierster in de ziekenzorg Florence Nightingale daar had ingevoerd. Midden jaren negentig moest zij om gezondheidsredenen de verpleging opgeven. Boddaert vertrok naar Berlijn - dat ze kende vanuit haar societyleven - , waar zij zich beschikbaar stelde voor reclasseringswerk avant la lettre. Zij hield zich bezig met de opvang van ontslagen gevangenen en de armenzorg. De ervaringen die Boddaert in Edinburgh en Berlijn opdeed, zouden van cruciale betekenis blijken voor haar verdere leven. Na haar terugkomst in 1901 in Nederland leidde dit in 1903 tot het openen van de eerste van een 'opvanghuis voor de moeilijke jeugd', de zogenaamde Boddaert Tehuizen. In 1902 vestigde zij zich in Amsterdam. Haar overtuiging dat de beterbedeelden de economisch zwakkeren dienden bij te staan en in het bijzonder een gesprek met de feministe en medeoprichtster van de Amsterdamsche Huishoudschool Hendrina Scholten-Commelin brachten haar ertoe zich in te zetten voor de begeleiding van ontsporende, tot misdaad neigende 'straatkinderen' en hun vorming tot rechtschapen volwassenen. Daarbij doelde zij op kinderen die door een alleenstaande ouder om allerlei redenen - zoals werk, langdurige ziekte of drankmisbruik - werden verwaarloosd. Boddaert vond dat bij hun opvoeding niet vroeg genoeg met hulpverlening buitenshuis kon worden begonnen. Dit diende echter wel met toestemming van en in samenwerking met de ouders of familie te gebeuren. Ouders horen bij hun kinderen, en kinderen hebben hun ouders nodig, meende ze. Daarom zag Boddaert geen heil in tuchtscholen of opvoedingsinstituten en was zij geen voorstandster van ontzetting uit de ouderlijke macht. In 1901 waren de fundamenten gelegd voor de kinderwetten waarin ontzetting uit de ouderlijke macht het centrale middel was. Tehuizen als bewaarplaats voor kinderen bestonden al in Amsterdam, en daar sloot Boddaert bij aan. Haar opvoedkundig concept steunde op de opvang, tweemaal per dag, in een 'Tehuis', dat ze vestigde in een onopvallend huurhuis met kleine tuin in de nabijheid van de school en het ouderlijk huis. Zij koos als leiddraad: 'Overwin het kwade door het goede’ (Rom. 12:21). In 1903 startte zij op persoonlijke titel en met eigen middelen het tehuis Nicolaas Beetsstraat 124. |
| Vader: Jhr. mr. Jacques Phoenix Boddaert, rechter bij de arrondissementsrechtbank te Middelburg. |
| BRON |