Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1875

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINGRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1875 - 1876.
    LINK
     
  • Hinderwet. Deze wet behandelde het gevaar, de schade of de hinder van industriële activiteiten voor de omgeving.
  • De Rus Pavel Jablotsjkov doet onderzoek naar elektriciteit, wat leidt tot de elektrische kaars en in 1878 tot de elektrische verlichting van enkele straten van Parijs.
  • Alfred Nobel ontwikkelt springgelatine.
Philipp Kohnstamm
1875 – 1951
Op jonge leeftijd van Philipp moest zijn vader wegens manisch-depressieve psychose verpleegd worden, waardoor hij als kind in huis kwam bij zijn oom prof. B. Stokvis te Wageningen. Enige jaren later woont hij met zijn moeder in Amsterdam, waar hij op een Duits-Hollands schooltje komt dat slechts 40 leerlingen telt. Na 4 jaar lager onderwijs wordt hij op de driejarige en later de vijfjarige HBS aan de Keizersgracht geplaatst. Na het staatsexamen schrijft hij zich in 1893 in aan de Universiteit van Amsterdam als student in de natuurwetenschappen. In deze studiejaren wordt hij genaturaliseerd (1899) en hij promoveert ten slotte bij zijn leermeester J.D. van der Waals op een proefschrift Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals (Amsterdam, 1901). In 1907 wordt hij toegelaten als privaatdocent in de logica aan dezelfde universiteit. In zijn oratie Trancidenteel Idealisme (Amsterdam, 1907) behandelt hij de relatie tussen natuurwetenschap en wijsbegeerte, een thema, dat in zijn natuurfilosofische geschriften sedert 1908 centraal staat. Zijn belangstelling voor de pedagogiek komt al in 1916 tot uiting in enkele artikelen zoals 'Godsdienst en onderwijs in Indië', in De Schakel van 1916. Hij had vlak na de Eerste Wereldoorlog per auto enige haarden van de oorlog in Europa bezocht, waardoor hij zich geroepen voelde de ontredderde jeugd met opvoedingsidealen te vernieuwen. Na in 1918 het initiatief te hebben genomen voor de oprichting van het Nutsseminarie voor pedagogiek, werd hij door deze instelling benoemd tot bijzonder hoogleraar in de pedagogiek te Amsterdam. In zijn inaugurele oratie in 1919, Staatpaedagogiek of Persoonlijkheidspaedagogiek (Groningen, 1919), kiest hij voor het laatste. Zijn verwachtingen waren te hoog gespannen voor het onderwijs in de pedagogiek, een 'rauw en onwetenschappelijk vak' volgens de mening in die dagen. Kohnstamm richt zich allereerst op het gangbare lager onderwijs en een grondige wetenschappelijke vorming van de onderwijzer. Helaas kwam hij in pedagogisch-geïnteresseerde kringen voor een muur van onwil te staan. Prof. J.H. Gunning Wzn. zou later schrijven dat alleen een elite na 1925 de opleiding tot de akte M.O. Pedagogiek volgde. Toen Gunning in 1929 zijn buitengewoon hoogleraarschap neerlegde, werd, na vruchteloos zoeken naar een opvolger, Kohnstamm bereid gevonden in 1932 dit ambt te Utrecht en in 1938 ook aan de Universiteit van Amsterdam op zich te nemen. In 1928 had Kohnstamm zijn professoraat in de natuurkunde inmiddels al neergelegd om zich geheel aan het pedagogisch en didactisch onderzoek te wijden. In de herfst van 1940 hield hij zijn afscheidscollege in Amsterdam onder de titel Beter onrecht lijden dan onrecht doen (met een passage over het valse kruis). In 1942 werd hij verplicht de Davidster te dragen. Zijn huis in Ermelo werd enige malen door de SS overvallen zonder dat zijn schuilplaats ontdekt werd. Toen Nederland bevrijd was, kon Kohnstamm na zijn emeritaat belangrijk werk verrichten als adviseur van de ministers G. Bolkestein en Van der Leeuw en daarmee zijn onderwijsidealen in praktijk brengen. Een groot stuk Nederlandse onderwijswetgeving van kleuteronderwijs tot hoger onderwijs is de arbeid van Kohnstamm. De onderwijsinspectie van Amsterdam werd niet ten onrechte 'de inspectie Kohnstamm' genoemd. Het volksonderwijs en het nijverheidsonderwijs kregen nieuwe impulsen van hem; hij ijverde voor scholen met losser klasseverband (Dalton) en globalisatie-onderwijs (Decroly) en voor het algemeen vormend onderwijs, daarnaast was hij één van de eerste pleitbezorgers voor het schriftelijk onderwijs. Kohnstamm was een actieve adviseur van de Sociaal-paedagogische Werkgemeenschap o.a. voor de lichamelijke opvoeding, de culturele middelen en de scholing van jeugdleiders.
Vader: Bankier.
BRON


'Beperkte spontaniteit’ Leven en werk van Philip Kohnstamm - Marijn Hollestelle
LINK

 

  • Oprichting van het Witte Kruis voor de provincie Noord-Holland.
  • Oprichting van de Amsterdamse Gemeentekweekschool waar - voor het eerst - zowel jongens- als meisjeskwekelingen werden toegelaten.