Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1878

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINGRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1878 - 1879.
    LINK
     
  • Lager Onderwijswet – gymnastiek wordt opgenomen als niet-verplicht onderwijsvak. De klassegrootte wordt teruggebracht van 70 naar 40. Er dienden scheidingswanden tussen klassen geplaatst te worden. De  opleiding tot leerkracht werd verbeterd: de wet bevatte de principiële voorkeur voor kweekscholen en het voornemen tot uitbreiding en kwaliteitsverbetering van de normaallessen of -scholen; er moest een einde komen aan de praktijkscholen, de opleidingsklassen.
    Er kwamen twee soorten normaalscholen: eenvoudige, 'van den tweeden rang', met alleen de vakken van het lager onderwijs en pedagogiek, en uitgebreide, 'van den eersten rang', waar ook wiskunde, tekenen, gymnastiek en een vreemde taal werd gegeven. Beide opleidingen duurden vier jaar maar het aantal lesuren op de eersterangs normaalschool was hoger. Wie niet tegelijkertijd kwekeling was op een normaalschool kreeg gedurende de laatste twee jaar de gelegenheid om praktijkervaring op te doen. Er werden ook voor dit schooltype door de rijksoverheid beurzen beschikbaar gesteld. De minimumleeftijd voor toelating was veertien jaar.
    Om het schoolverzuim verder terug te dringen waren diverse artikelen in de wet opgenomen waarbij hoofden lijsten moesten bijhouden van schoolgaande kinderen en trouw schoolbezoek moesten belonen.
    WETTEKST
    LINK
    Download
     
  • William Crookes: Kathodestraalbuis.
     
  • In Erfurt - Duitsland - wordt een tentoonstelling gehouden van aandrijfmachines voor het midden- en kleinbedrijf. Naast de stoommachine waren hier nu ook motoren op waterdruk en perslucht, hete luchtmotoren - Sterlingmotoren -, verbrandingsmotoren op petroleum, spiritus of gas en elektromotoren.
  • Oprichting van de 'Sociaal Democratische Vereeniging'. In 1881 wordt de SDB opgericht.
Géza Révész
1878-1955
Hongaars-Nederlands psycholoog. Hij studeerde rechten in Boedapest en promoveerde in 1902 op het juridische proefschrift Das Trauerjahr der Witwe. Hij vervolgde zijn studie aan verschillende Duitse universiteiten, o.a. in Göttingen. Hier studeerde hij psychologie bij Georg Elias Müller en promoveerde onder hem in 1905 met het proefschrift 'Über die vom weiss ausgehende Schwägung der Wirksamkeit farbiger Lichtreize'. In 1906 keert Révész terug naar Boedapest. In 1920 vertrok hij uit Hongarije en komt mede op uitnodiging van Gerard Heymans naar Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam kreeg hij een aanstelling als privaat-docent. Zijn onderzoek ging zich op de tastzin richten.
Vanaf 1922 is hij als docent 'psychologie van het bedrijfsleven' verbonden aan de Faculteit der Handelswetenschappen die in dit jaar was opgericht aan de Universiteit van Amsterdam.
In 1932 wordt Révész aan de Universiteit van Amsterdam benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de psychologie binnen de faculteit wis- en natuurkunde. Van een eigen psychologische faculteit was in 1932 nog geen sprake. 1932 Mag gelden als het beginjaar van de psychologie als zelfstandige discipline aan de Universiteit van Amsterdam. In dat jaar werd de leerstoel van De Boer gesplitst in een leerstoel Wijsbegeerte en een leerstoel Psychologie. Voor de vervulling van het professoraat Wijsbegeerte werd dr. H.J. Pos aangetrokken. Het Psychologisch Laboratorium waarover Révész de directie voerde, kreeg een onderkomen op de eerste verdieping van het kantoor van de Gemeenteontvanger op de Herengracht 91. Hier kreeg hij de beschikking over zeven kamers, die vooralsnog voldoende ruimte leken te bieden voor de twee - en na de aanstelling van de net gepromoveerde psycholoog H.C.J. Duijker in 1938 drie - assistenten en de zeven hoofdvakstudenten, die in de eerste zeven jaar de studie psychologie vorm zouden geven. Niettemin bestond er bij de staf wel vanaf het begin een behoefte aan een verdere professionalisering van de discipline. In december 1939 verhuisde psychologie naar de Keizersgracht 613, waar Révész de beschikking kreeg over een echt laboratorium, met verschillende werkruimtes, een donkere kamer, een collegezaaltje en een observatieruimte met een zogenaamd 'one-way-vision-screen'. In die tijd was hij o.a. promotor van Adriaan de Groot. Hij werkt daar met Philip Kohnstamm en in 1938 vangen ze daar de uit Duitsland gevluchte Otto Selz op. in 1945 meldden er zich maar liefst 125 studenten aan, waardoor Révész en zijn staf zich genoodzaakt zagen om organisatorische maatregelen te treffen. Binnen het Psychologisch Laboratorium werden twee afdelingen gecreëerd, waarover zijn eerste assistenten, de lectoren Maria Bos en J. Huiskamp, de scepter gingen zwaaien. Zij kwamen aan het hoofd te staan van de afdeling 'Kinderpsychologie' respectievelijk 'Psychotechniek'. Révész zelf bleef het onderwijs in de 'Algemene Psychologie' verzorgen, waarvoor verder geen speciale afdeling werd ingericht. In 1949 werd de tweede hoogleraar psychologie aangesteld, namelijk H.C.J. Duijker, die zich ging toeleggen op de 'Experimentele Psychologie'.
Met David Katz richtte Révész in 1935 het tijdschrift Acta Psychologica op.
In 1950 nam hij afscheid van het Psychologisch Laboratorium.
Vader: Bezitter van een beroemde wijngaard.
BRON
Johannes Hendrikus Everardus Jacobus Hoogveld
1878–1942
Bezocht het Nijmeegse Dominicuscollege. Daarna de seminaries van het aartsbisdom Utrecht te Culemborg en Rijsenburg. Na zijn priesterwijding (1902) volgde de wetenschappelijke vorming aan het Angelicum te Rome, afgesloten door een promotie in de wijsbegeerte en godgeleerdheid. Hij werd benoemd tot docent in de wijsbegeerte en de empirische zielkunde aan het Culemborgse seminarie (1906-1921). Tevens aanvaardde hij in 1915 het verzoek, aan de zojuist opgerichte RK Leergangen te 's-Hertogenbosch (later: Tilburg) onderwijs in de pedagogiek te geven. Tot 1932 doceerde hij aan de Leergangen de opvoedkunde, waarbij de meer 'praktische' delen van het vak, zoals de didactiek, steeds buiten het onmiddellijke terrein van zijn werkzaamheden bleven. De hem in 1923 als deel van zijn leeropdracht aan de Katholieke Universiteit toegewezen 'algemene paedagogiek' zou dezelfde stof omvatten als die waartoe Hoogveld zich te Tilburg beperkte. Van huis uit was hij filosoof. Hij was rond 1920 redacteur van het mede door hem opgerichte tijdschrift De Beiaard. Vanaf 1918 schreef hij ook menig opstel als redacteur van het Tijdschrift voor zielkunde en opvoedingsleer, een uitgaaf van het Psychologisch- en Paedagogisch Instituut der RK Leergangen. Toen er in 1923 een RK Universiteit kwam die in Nijmegen werd gevestigd werd hij hier tot hoogleraar benoemd. Hoogvelds leeropdracht omvatte in de literaire faculteit de inleiding tot de wijsbegeerte, logica, critica, zielkunde, algemene metafysica, algemene ethiek en algemene pedagogiek.
Vader: Welgestelde landbouwer.
BRON
  • In de onderwijswet wordt de benaming van 'hulponderwijzer' vervangen door 'onderwijzer' en 'hoofdonderwijzer'. De NOHV wijzigt nu haar naam in 'Nederlandsche Openbare Onderwijzers en Hoofdonderwijzers Vereeniging' (NOOHOV). Een brede aanhang kent de vereniging niet. De afdelingen in Den Haag en Dordrecht worden respectievelijk in 1878 en1881 opgeheven. Korte tijd bestaan er nog enkele afdelingen in het noorden van het land, maar feitelijk bestaat de vereniging slechts uit de afdelingen Rotterdam en Amsterdam. Er kan dus nauwelijks van een landelijke organisatie worden gesproken.
  • Na en door deze wet waren er zes rijkskweekscholen, terwijl ook de normaallessen werden gereguleerd en het aantal cursussen werd uitgebreid.
  • Van Koetsveld wordt door koning Willem III tot hofprediker benoemd.
  • Oprichting van de eerste beroepsopleiding voor verpleegkundigen - Jeltje de Bosch Kemper -.