LINK
LINK
LINK| Jacobus van Assen |
| 1881-1948 |
| Hij werd, na de lagere school en het gymnasium te Zwolle te hebben doorlopen, in 1899 ingeschreven aan de medische faculteit der Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn studie, die een jaar moest worden onderbroken wegens hulp in de fabriek van zijn vader, was hij zeer actief lid van het Amsterdamsch Studentencorps. Na zijn artsexamen op 27-10-1906 kwam Van Assen in opleiding voor chirurg in de kliniek van prof. O. Lanz in het Wilhelmina-Gasthuis te Amsterdam. In 1910 specialiseerde hij zich verder in de orthopedie onder G. Joachimsthall en M. Ficker te Berlijn. In 1911 vestigde Van Assen zich als orthopedisch chirurg te Rotterdam, waar hij dadelijk betrokken werd bij de oprichting van de Adriaanstichting (1912), oorspronkelijk bedoeld als tehuis voor gebrekkige kinderen, maar onder leiding van Van Assen, die tot zijn dood de grote stimulator van deze inrichting zou blijven, al spoedig een instituut waar, behalve verzorging en onderwijs, ook orthopedisch-chirurgische behandeling geboden werd. Op 4 februari 1918 promoveerde Van Assen bij zijn leermeester Lanz op een dissertatie, getiteld: Bijdrage tot de kennis van traumatische aandoeningen van het bewegingsapparaat (Zwolle, 1918). In zijn monografie De zorg voor lichamelijk-gebrekkigen uit sociaal, economisch en medisch oogpunt (Den Haag, 1929) formuleerde hij als doel: het maken van lichamelijk gebrekkigen tot zelfstandige, werkende burgers. Deze vroege verdediging van de revalidatiegedachte vond plaats in een tijd dat de orthopedie streed voor erkening als zelfstandig specialisme, onderscheiden van de algemene chirurgie en van de heilgymnastiek. Toen de revalidatie na de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland als arbeidsveld werd herkend, werd Van Assen benoemd tot geneeskundig inspecteur algemene dienst, afdeling lichamelijk gebrekkigen (januari 1948). Behalve door zijn werk in de Adriaanstichting gaf hij aan zijn idealen vorm door de instelling van het Consultatie-Bureau voor Lichamelijk Gebrekkigen te Rotterdam (1923) en te Alblasserdam. Hij was bestuurslid van de (Centrale) Vereeniging voor Lichamelijk Gebrekkigen en van de Vereeniging Arbeid voor Onvolwaardigen (AVO). |
| Vader: Veevoederfabrikant. |
| BRON |