LINK
LINK
| Pier de Boer |
| 1884–1945 |
Pier de Boer bezocht de Rijkskweekschool te Haarlem, waar hij in 1904 slaagde. Hij werd na verschillende betrekkingen onderwijzer aan een blo-school in Amsterdam van de ‘Vereniging voor Spraakgebrekkige en Achterlijke Kinderen’. Hij deed daar meer dan alleen lesgeven. Hij zorgde voor baantjes voor ex-leerlingen en hield ze uit de problemen. Te veel werk voor een schoolmeester. De gemeente Amsterdam stelde hem daarom in 1922 voor dit werk als nazorg-ambtenaar aan. Om schoolverlaters aan passend werk te helpen. Hij werd daarmee de eerste nazorg-ambtenaar in Nederland en pleitte al snel voor het opzetten van een werkplaats voor mensen die (nog) niet in het bedrijfsleven terecht konden. In 1924 werd in Amsterdam zo’n werkplaats opgericht. En in 1931 werd de overkoepelende stichting AGO opgericht (Arbeidsinstellingen voor Geestelijk Onvolwaardigen). Het doel was het bijeenbrengen van zoveel mogelijk gelden om hiermee geheel of gedeeltelijk de kosten van deze arbeidsinrichtingen te kunnen bestrijden. Daarmee legde hij ook de grondslag voor de SPZ. In 1942 is Pier de Boer, samen met zijn jongste zoon, gaan wonen in Huize Vechtoever. Huize Vechtoever werd in 1941 door stichting AGO gehuurd als huis voor geestelijk gehandicapte jongens tot 25 jaar die niet thuis konden wonen. Op 28 oktober 1945 overleed hij op 61-jarige leeftijd. Zijn motto luidde: 'Mijn instrumenten zijn mijn schoenen’. |
| Vader: Caféhouder/fabrikant van limonade. |
| BRON |
| Henri Johan Frans Willem Brugmans |
| 1884-1961 |
| Belgisch filosoof, psycholoog en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij promoveerde in 1913 aan de Rijksuniversiteit Groningen bij Gerard Heymans op het proefschrift 'De waarheidstheorie van William James'. Hierna begon hij hier als privaatdocent van september tot december 1918 in opdracht van de Vereeniging voor Paedagogisch Onderwijs. In 1919 volgde zijn aanstelling als lector in de pedagogiek, waarbij hij op 27 september 1919 de openbare les gaf getiteld 'Empirische en normatieve paedagogiek'. Vanaf 1928 tot 1954 was hij in Groningen hoogleraar psychologie, waarbij hij Gerard Heymans opvolgde. Brugmans was van 1925 tot 1954 studieleider van de opleiding. In 1954 werd Brugmans opgevolgd door Jan Th. Snijders. In 1920 richtte Brugmans samen met Jacob Luning Prak in Groningen het sociaal-pedagogisch instituut de Dr. D. Bosstichting op, waar Brugmans de eerste directeur werd. Dit aan de universiteit gelieerde instituut was één van de eerste adviesbureaus in Nederland voor school- en beroepskeuze-adviezen. |
| BRON - BRON |
| Kees Boeke |
| 1884–1966 |
| Hij volgde lager en middelbaar onderwijs in Alkmaar en slaagde in 1902 voor zijn eindexamen HBS. Ondanks een dominante muzikale begaafdheid - viool - ging hij in hetzelfde jaar in Delft studeren. Van vaders kant bezat hij ook een technisch-natuurkundige belangstelling. Hij voerde het secretariaat van de muziekvereniging Apollo en het secretariaat èn voorzitterschap van de Delftse Nederlands Christelijke Studenten Vereniging. Hij behaalde in 1906 na een normale studieduur zijn diploma als civiel-ingenieur en besloot bij prof. Klopper te promoveren op het onderwerp 'Breuk na herhaalde belasting'. Een studieverblijf in 1909 in Engeland zou tot een beslissende wending leiden. Op University College Hall in Ealing kwam hij via Bevan Whitney in aanraking met de Quakerbeweging en met het zendelingenwerk. Hij trouwde met Beatrice Cadbury, dochter van een zeer vermogend chocoladefabrikant, die in een streng ascetisch Quakermilieu was opgevoed. Ze vertrokken in 1912 naar de zendingspost Brummana in Libanon, waar ze tot de zomer van 1914 bleven. In verband met de oorlog keerden zij naar Engeland terug, waar Boeke korte tijd op een dagschool in Birmingham werkte, maar wegens zijn anti-oorlogsinstelling werd ontslagen. Terug in Nederland organiseerde hij in de jaren 1920-1925 in Bilthoven pedagogische conferenties. In januari 1926 nam hij zijn oudste kinderen van de Montessorischool i.v.m. zijn weigering om schoolgeld via de staat te betalen en hij begon hen zelf te onderwijzen. Toen kinderen van geestverwanten zich aansloten, groeide hieruit De Werkplaats Kindergemeenschap. Tot zijn afscheid in juli 1954 bleef Boeke met deze school verbonden. Na 1945 brak gaandeweg meer erkenning voor zijn werk door, waarbij figuren als W. Schermerhorn, G. Bolkestein, J.A. Vor der Hake, maar vooral heel het klimaat van vernieuwing een rol speelden. In 1948 kreeg de inmiddels sterk gegroeide school rijkssubsidie (nadat er in 1946 al een noodsubsidie was verleend) en werd tot Stichting omgevormd en in de volgende jaren geïntegreerd in het Nederlandse onderwijs, weliswaar niet zonder concessies ook van Boekes kant m.b.t. de officiële diploma's en leerprogramma's, een ontwikkeling, die hij met gemengde gevoelens aanschouwde. Na zijn afscheid vertrok de zeventigjarige in 1955 naar Libanon om een school voor Arabische vluchtelingen te stichten, een plan, dat hij echter moest opgeven. Na zijn terugkeer in dat zelfde jaar vestigde hij zich te Abcoude, waar hij nog aan enkele publikaties werkte, maar zich spoedig uit het openbare leven terugtrok. |
| Vader: Fysicus en directeur van de Rijks-HBS. |
| BRON |

| P. Linthorst |
| 1884-1963 |
| Begon zijn loopbaan bij het gewoon lager onderwijs en was daarna leraar aan een doofstommeninstituut, onderwijzer en hoofd van een school voor zwakzinnigen, hoofd van een school voor slechthorende kinderen en directeur van het instituut voor Doven in Rotterdam. Hij was tevens gezinsvoogd en nam het initiatief tot het opnemen van spraakgebrekkigs kinderen op de school coor slechthorenden waar tevens een kno-arts en een tandarts bij betrokken was. Hij was een van de oprichters van de gezondheidskolonie voor zwakzinnigen. |
| BRON: Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 1963, 2e jaargang nummer 12. |

LINK