LINK
| Jan Waterink |
| 1890–1966 |
| Waterink bezocht de christelijke lagere school in Bergentheim en van 1904 tot 1909 het gereformeerd gymnasium te Kampen. Aangezien Waterink in de lijn van zijn vader predikant wilde worden, ging hij hier na het eindexamen studeren aan de Theologische School van de Gereformeerde Kerken. In 1913 deed hij er kandidaatsexamen. Het jaar daarop - het jaar van zijn huwelijk - werd Waterink als predikant beroepen naar Appelscha, gevolgd door het predikantschap in Zutphen in 1917. Hij volgde toen anderhalf jaar lang colleges sociale geografie aan de universiteit te Bonn. Waterink liet zich in 1917 inschrijven als student theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Op 23 maart 1923 promoveerde hij cum laude tot doctor in de godgeleerdheid bij prof. G.Ch. Aalders op het proefschrift Plaats en methode van de ambtelijke vakken. Hij was leraar aan het Christelijk Lyceum te Zutphen van 1920 tot aan zijn vertrek als predikant naar Amsterdam in 1924. Tevens trad hij van 1924 tot 1944 op als hoofdredacteur van het Paedagogisch Tijdschrift voor het Christelijk Onderwijs. Hierin verscheen van zijn hand een serie artikelen over de wijsgerige grondslagen van de opvoedkunde, die hij in 1926 in boekvorm publiceerde. Het was het eerste stuk van een meerdelig werk, onder de titel Inleiding tot de theoretische paedagogiek. Het laatste deel verscheen in 1951. In 1926 besloot men Waterink te benoemen tot buitengewoon hoogleraar in de pedagogiek aan de faculteit der letteren en tevens tot buitengewoon hoogleraar in de catechetiek aan de faculteit der godgeleerdheid. In zijn op 8 oktober van dat jaar uitgesproken inaugurele rede Berekening of constructie pleitte hij nadrukkelijk niet alleen voor een principiële, maar ook voor een experimentele aanpak van de opvoedkunde. Beide professoraten zou hij 35 jaar lang, tot aan zijn emeritaat op 1 september 1961, bekleden. Zijn buitengewone leeropdracht pedagogiek wordt op 15 december 1929 omgezet in een ordinariaat in de pedagogiek, pedologie en psychotechniek. In 1927 richtte hij een Psychotechnisch Laboratorium op. Hier voerde Waterink psychologische tests uit en liet hij studenten - de meesten studeerden voor de akte MO-pedagogiek - praktijk-ervaring opdoen en oefenen. Tevens trad hij vanuit het Laboratorium op als pedagogisch adviseur van het Gereformeerd Schoolverband. Door dit werk werd Waterink - zelf overigens kinderloos - steeds vaker om advies gevraagd over moeilijke en achterlijke kinderen. In 1931 slaagde hij erin een Paedologisch Instituut op te richten, dat twee jaar later met het Laboratorium samenging in het Laboratorium voor Paedologie en Psychotechniek, waarvan Waterink directeur werd. In 1936/1937 en 1954/1955 was hij rector magnificus van de VU. Waterink was van 1948 tot 1964 lid van de afdeling hoger onderwijs van de Onderwijsraad en van 1930 tot 1955 lid van het Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijks Tucht- en Opvoedingswezen, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op het terrein van de kinderbescherming. Verder zat hij in besturen van vele verenigingen op (praktisch) pedagogisch terrein, meestal van gereformeerde snit. Daarbij voerde hij de redactie van enkele tijdschriften, waaronder van 1934 tot 1961 het veel gelezen Moeder, Practisch tijdschrift voor de vrouw in het gezin. |
| Vader: Godsdienstonderwijzer. |
| BRON |

'Hij stond bekend als een persoon die kon imponeren, vaak onderhands zaken kon regelen en vele mensen persoonlijk aansprak (...). Hij was bovendien ijdel en gesteld op waardering. Sollicitanten hadden bij hem een streepje voor als ze zoon of dochter waren [van] een bekende Nederlander. Opgenomen kinderen van bekende Nederlanders hielp hij graag persoonlijk (...).'
Marjoke Rietveld - van Wingerden, Het Paedologisch Iinstituut op eigen benen, in Marjoke Rietveld - van Wingerden (red.), Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen, Zoetermeer: Meinema, 2006, p. 99.
Historici.nl
LINK
Rietveld-van Wingerden, Marjoke, Ruyter, Doret de & Leendert Groenendijk (2009). JAN WATERINK (1890-1966), A DYNAMIC DUTCH PIONEER OF SPECIAL EDUCATION, International Journal of Special Education, 21-28.
LINK
LINK