Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds. 
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1890

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1890 - 1891.
    LINK
     
  • De Arbeidswet, deze beperkte kinder- en vrouwenarbeid en stelde de Arbeidsinspectie in, die naleving van de wet kon controleren.
  • De Nederlandse koningin-moeder Emma neemt als regent - tot 1898 - het koningschap waar voor haar minderjarige dochter, Wilhelmina.
  • Elektrische trein: Londense ondergrondse.
  • Jukebox.
     
  • Van koetsveld leidt de begrafenis van Koning Willem III (1817-1890).
  • Publicatie van 'Ik kan huishouden'.
  • Duizenden diamantbewerkers zaten zonder werk en waren op liefdadigheid aangewezen.

    Johan Braakensiek, Geen werk in de diamantslijperijen, De Amsterdammer 20 april 1890.
    Tekenaar Johan Braakensiek werkte veertig jaar lang onafgebroken voor De Amsterdammer. Alleen in de week dat hij op huwelijksreis was leverde hij geen prent.
    - Politieke prenten, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis -.
     
  • Het Nieuws van den Dag - 17 juni 1890
Jan Waterink
1890–1966
Waterink bezocht de christelijke lagere school in Bergentheim en van 1904 tot 1909 het gereformeerd gymnasium te Kampen. Aangezien Waterink in de lijn van zijn vader predikant wilde worden, ging hij hier na het eindexamen studeren aan de Theologische School van de Gereformeerde Kerken. In 1913 deed hij er kandidaatsexamen.
Het jaar daarop - het jaar van zijn huwelijk - werd Waterink als predikant beroepen naar Appelscha, gevolgd door het predikantschap in Zutphen in 1917. Hij volgde toen anderhalf jaar lang colleges sociale geografie aan de universiteit te Bonn. Waterink liet zich in 1917 inschrijven als student theologie aan de Vrije Universiteit in  Amsterdam. Op 23 maart 1923 promoveerde hij cum laude tot doctor in de godgeleerdheid bij prof. G.Ch. Aalders op het proefschrift Plaats en methode van de ambtelijke vakken.  Hij was leraar aan het Christelijk Lyceum te Zutphen van 1920 tot aan zijn vertrek als predikant naar Amsterdam in 1924. Tevens trad hij van 1924 tot 1944 op als hoofdredacteur van het Paedagogisch Tijdschrift voor het Christelijk Onderwijs. Hierin verscheen van zijn hand een serie artikelen over de wijsgerige grondslagen van de opvoedkunde, die hij in 1926 in boekvorm publiceerde. Het was het eerste stuk van een meerdelig werk, onder de titel Inleiding tot de theoretische paedagogiek. Het laatste deel verscheen in 1951. In 1926 besloot men Waterink te benoemen tot buitengewoon hoogleraar in de pedagogiek aan de faculteit der letteren en tevens tot buitengewoon hoogleraar in de catechetiek aan de faculteit der godgeleerdheid. In zijn op 8 oktober van dat jaar uitgesproken inaugurele rede Berekening of constructie pleitte hij nadrukkelijk niet alleen voor een principiële, maar ook voor een experimentele aanpak van de opvoedkunde. Beide professoraten zou hij 35 jaar lang, tot aan zijn emeritaat op 1 september 1961, bekleden. Zijn buitengewone leeropdracht pedagogiek wordt op 15 december 1929 omgezet in een ordinariaat in de pedagogiek, pedologie en psychotechniek. In 1927 richtte hij een Psychotechnisch Laboratorium op. Hier voerde Waterink psychologische tests uit en liet hij studenten - de meesten studeerden voor de akte MO-pedagogiek - praktijk-ervaring opdoen en oefenen. Tevens trad hij vanuit het Laboratorium op als pedagogisch adviseur van het Gereformeerd Schoolverband. Door dit werk werd Waterink - zelf overigens kinderloos - steeds vaker om advies gevraagd over moeilijke en achterlijke kinderen. In 1931 slaagde hij erin een Paedologisch Instituut op te richten, dat twee jaar later met het Laboratorium samenging in het Laboratorium voor Paedologie en Psychotechniek, waarvan Waterink directeur werd. In 1936/1937 en 1954/1955 was hij rector magnificus van de VU. Waterink was van 1948 tot 1964 lid van de afdeling hoger onderwijs van de Onderwijsraad en van 1930 tot 1955 lid van het Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijks Tucht- en Opvoedingswezen, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op het terrein van de kinderbescherming. Verder zat hij in besturen van vele verenigingen op (praktisch) pedagogisch terrein, meestal van gereformeerde snit. Daarbij voerde hij de redactie van enkele tijdschriften, waaronder van 1934 tot 1961 het veel gelezen Moeder, Practisch tijdschrift voor de vrouw in het gezin.
Vader: Godsdienstonderwijzer.
BRON


'Hij stond bekend als een persoon die kon imponeren, vaak onderhands zaken kon regelen en vele mensen persoonlijk aansprak (...). Hij was bovendien ijdel en gesteld op waardering. Sollicitanten hadden bij hem een streepje voor als ze zoon of dochter waren [van] een bekende Nederlander. Opgenomen kinderen van bekende Nederlanders hielp hij graag persoonlijk (...).'
Marjoke Rietveld - van Wingerden, Het Paedologisch Iinstituut op eigen benen, in Marjoke Rietveld - van Wingerden (red.), Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen, Zoetermeer: Meinema, 2006, p. 99.

Historici.nl
LINK

Rietveld-van Wingerden, Marjoke, Ruyter, Doret de & Leendert Groenendijk (2009). JAN WATERINK (1890-1966), A DYNAMIC DUTCH PIONEER OF SPECIAL EDUCATION, International Journal of Special Education, 21-28.
LINK

 

  • Ludwig Strümpell publiceert Pädagogische Pathologie waarin hij samenwerking tussen artsen en pedagogen bepleit.
  • Nelleke Bakker, 'Geestelijke gezondheid en de medicalisering van de opvoeding in Nederland, ca. 1890-1950'
    LINK
     
  • In de loop van de jaren negentig werd afstand genomen van de therapeutische visie op het gesticht als een groot huisgezin. Het algemene ziekenhuis met de bedverpleging stond nu model voor het gesticht; geestesziekte werd overeenkomstig de nieuwe natuurwetenschappelijke inzichten vooral als hersenziekte beschouwd, de permanente badbehandeling en inwikkelingen werden aan het therapeutisch arsenaal toegevoegd en het religieuze element verdween naar de achtergrond.

    Permanente of geprolongeerde badbehandeling paviljoen voor vrouwen in Endegeest 1907
  • Jeltje de Bosch Kemper en Anna Reynvaan richten een tijdschrift op voor verpleegkundigen.
  • 'Vereeniging tot Verbetering van Armenzorg' - Marie-Muller-Lulofs -.
  • Oprichting van het 'Nieuw Tijdschrift ter bevordering van de studie der Paedagogiek' - NTBP -, uitgegeven tussen 1890 en 1908 met als redacteuren Johannes Geluk  en Harm de Raaf - directeur van de Rijkskweekschool in Middelburg -. Het tijdschrift werd uitgegeven bij J.B. Wolters. Vanaf 1900 verdween ‘Nieuw’ uit de titel. Van 1906 tot 1908 veranderde de titel in 'Opvoedkundig tijdschrift' en stond het alleen nog onder redactie van De Raaf.