| Hij studeerde in 1923 af in de theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens zijn studietijd was zijn interesse gewekt in de psychologie en had hij stage gelopen bij enige psychiatrische klinieken. Tijdens zijn latere werk als psycholoog voor werving en selectie is hij psychologie gaan studeren. In 1948 promoveerde hij aan de Universiteit van Utrecht bij psychiater Henricus Cornelius Rümke op het proefschrift 'Psychologie van projectieverschijnselen'. In 1924 werd Van Lennep aangesteld als eerste directeur van de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek in Utrecht. Dit instituut was het eerste sociaal-wetenschappelijk adviesbureau in Nederland, dat veel werk verrichtte op het gebied van personeelsselectie. Van Lennep heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de opkomst van de psychotechniek in Nederland. Hij heeft vanaf de jaren dertig verschillende soorten tests en instrumenten ontworpen volgens Gestaltpsychologische principes - bijvoorbeeld de 'Vier-Platen-Test' -. In 1949 volgde een aanstelling als buitengewoon hoogleraar psychotechniek aan de Universiteit van Utrecht, waarbij hij de inaugurele rede sprak getiteld 'Gewogen-bekeken-ontmoet in het psychologisch onderzoek'. Bij deze aanstelling werd Adriaan de Groot gepasseerd werd, die zijn ervaring op dit gebied had opgedaan bij het Psychologisch Instituut van Jacob Luning Prak. |