Zij is geboren in Nederlands-Indie. Kwam in 1913 naar nederland en volgde toen het gymnsaium. Ze werd juriste - 1923 - en psychiatrisch sociaal werkster. ‘Zelfs iemand van de School voor Maatschappelijk Werk mocht blij zijn als zij 25 gulden per maand kreeg als beginner; iemand die helemaal geen ervaring had op maatschappelijk gebied, zoals ik, had eigenlijk geen kans om iets te krijgen dat enig perspectief bood.’ Een baan als maatschappelijk werkster zat er niet in. Een juristenbestaan wilde Lekkerkerker niet. Op aanraden van haar vader vroeg ze bij de Netherlands America Foundation een beurs aan voor de V.S. met als doel het vinden van een promotie-onderwerp. Tot haar verbazing kreeg ze die beurs. ‘En toen moest ik natuurlijk wel naar Amerika toe!’. Ze vertrok in september 1924 en studeerde aan het vrouwencollege Radcliffe. ‘Ik koos psychologie en sociologie, maar ik vroeg ook of ik rond mocht kijken op het gebied van maatschappelijk werk, reclassering en kinderbescherming om de Child Guidance Clinics nader te bestuderen. Om dit te bekostigen kreeg ze een eenmalige Rockefeller Fellowship van 500 dollar en onderdak in een tehuis voor werkende delinquente meisjes. Aan de New York School of Social Work volgde ze colleges kinderpsychiatrie en child guidance. Daarnaast werkte ze anderhalve dag in een tehuis voor delinquente meisjes en bezocht ze de in 1921 opgerichte Child Guidance Clinic in New York. Lekkerkerker: ‘Door die colleges en die stafbesprekingen van dat Child Guidance Program was ik onmiddellijk ontzàglijk gegrepen.’ Na enkele maanden New York werd de Rockefeller beurs omgezet in een maandelijkse toelage van 150 dollar plus reis- en verblijfkosten. Eind juni 1926 komt zij terug naar Nederland. In 1926-1927 publiceerde Lekkerkerker drie artikelen in het Maandblad voor Berechting en Reclassering. In 1927 werden deze ook als afzonderlijke brochure uitgegeven onder de titel: Consultatiebureaux voor moeilijke kinderen in Amerika. Het Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen wilde een eerste bureau openen in Amsterdam. Het Genootschap kon zelf geen drager van dit initiatief zijn, want ‘de nieuwe voorziening was immers niet alleen voor criminele, maar ook voor anderszins moeilijke kinderen bedoeld’. Daarom werd een aparte commissie, later de ‘Nederlandsche Vereeniging ter Bevordering van Consultatiebureaux voor Moeilijke Kinderen’, belast met de voorbereidingen. Daarin hadden pedagoog Gunning (als voorzitter), kinderrechter Muller, en Lekkerkerker (als secretaris) zitting. Bij het Amerikaanse Laura Spelman Rockefeller Memorial Fund werden twee studiebeurzen aangevraagd opdat een Nederlands team van psychiater en maatschappelijk werkster gedurende een jaar de Amerikaanse Child Guidance Clinics kon bestuderen. Bij terugkomst zouden zij de staf van het Amsterdamse bureau vormen, ‘dat als experimenteel en demonstratie-bureau zou dienen’. De beurzen werden toegekend en in 1927 vertrokken psychiater P.H.C. Tibout en de maatschappelijk werksters Jkvr. W.L. van Spengler en J.C.G. de Ranitz (laatstgenoemde op eigen kosten) naar Amerika om een opleiding te volgen aan het Child Guidance Institute in New York. Na terugkeer van De Ranitz opende het eerste bureau op 25 november 1928 zijn deuren aan de Prinsengracht 717 in Amsterdam. ‘Mej. Tibout was door het Rockefeller Fund in staat gesteld om nog voor een tweede jaar haar studies in Europese landen voort te zetten, gedurende welke tijd de zenuwarts Groeneveld de psychiatrische functie zou vervullen.’ |