Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1899

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1899 - 1900.
    LINK
     
  • Mazelen wordt uit de wet van 1872 geschrapt.
  • BEVOLKINGSAANTAL
    MANNEN - 2520602
    VROUWEN - 2583535
    TOTAAL - 5104137
  • Johan Vaaler: paperclip.
  • Clyde J. Coleman: startmotor.
  • Valdemar Poulsen: bandrecorder.
  • Charles Curtis: gasturbine.
     
  • Oprichting van de 'Vogelbescherming'. Volgens de mode van deze jaren droegen dames hoeden met lange veren, met name van de stern en de zilverreiger. De jacht op deze vogels leidde tot de oprichting van de bond.
  • Een menigte dromt samen op de Dam in Amsterdam voor de paardentram. Op de achtergrond is het silhouet van het Centraal Station te zien.

     
    1899 paardentram
  • De eerste elektrische trams met bovenleiding in Nederland tussen Haarlem en Zandvoort.
Nel Tibout
1899-1968
Bezocht het gymnasium in Zwolle en deed haar artsopleiding in Amsterdam die zij in 1925 afsloot.  Hierna specialiseerde Tibout zich in psychiatrie en psychologie. Ze assisteerde het echtpaar Ruemke in de kinderpsychiatrische poli van de Valeriuskliniek in Amsterdam en werkte in Groningen. Bij Wiersma volgde ze colleges experimentele psychologie. Ze kreeg de leiding over de kinder- en de vrouwenafdeling van de Groningse Neurologische Universiteitskliniek, waar ze ontdekte dat veel problemen in de kindertijd ontstonden. Daardoor groeide haar interesse voor kinderpsychiatrie en ze schoolde zichzelf bij in de ontwikkelings- en dynamische psychologie van Alfred Adler, Sigmund Freud en de kinderanalytici Anna Freud en Melanie Klein. Samen met maatschappelijk werkster J.C.G. de Ranitz vormde zij de personele bezetting van het in 1928 in Amsterdam opgerichte eerste Medisch Opvoedkundig Bureau. Promotie in 1948 met het proefschrift 'Over het onderzoek en de behandeling van kinderen met afwijkendgedrag'. In 1952 werd zij benoemd tot leeranalytica aan het Topeka Instituut.
BRON: Liesbeth Simpelaar (2012). Een kinderpsychiater wars van hokjesdenken: Nel Tibout (1899-1968). Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 51, 557-568.
Eugenia Lekkerkerker
1899-1985
Zij is geboren in Nederlands-Indie. Kwam in 1913 naar nederland en volgde toen het gymnsaium. Ze werd juriste - 1923 - en psychiatrisch sociaal werkster. ‘Zelfs iemand van de School voor Maatschappelijk Werk mocht blij zijn als zij 25 gulden per maand kreeg als beginner; iemand die helemaal geen ervaring had op maatschappelijk gebied, zoals ik, had eigenlijk geen kans om iets te krijgen dat enig perspectief bood.’ Een baan als maatschappelijk werkster zat er niet in. Een juristenbestaan wilde Lekkerkerker niet. Op aanraden van haar vader vroeg ze bij de Netherlands America Foundation een beurs aan voor de V.S. met als doel het vinden van een promotie-onderwerp.
Tot haar verbazing kreeg ze die beurs. ‘En toen moest ik natuurlijk wel naar Amerika toe!’. Ze vertrok in september 1924 en studeerde aan het vrouwencollege Radcliffe. ‘Ik koos psychologie en sociologie, maar ik vroeg ook of ik rond mocht kijken op het gebied van maatschappelijk werk, reclassering en kinderbescherming om de Child Guidance Clinics nader te bestuderen. Om dit te bekostigen kreeg ze een eenmalige Rockefeller Fellowship van 500 dollar en onderdak in een tehuis voor werkende delinquente meisjes. Aan de New York School of Social Work volgde ze colleges kinderpsychiatrie en child guidance. Daarnaast werkte ze anderhalve dag in een tehuis voor delinquente meisjes en bezocht ze de in 1921 opgerichte Child Guidance Clinic in New York. Lekkerkerker: ‘Door die colleges en die stafbesprekingen van dat Child Guidance Program was ik onmiddellijk ontzàglijk gegrepen.’ Na enkele maanden New York werd de Rockefeller beurs omgezet in een maandelijkse toelage van 150 dollar plus reis- en verblijfkosten. Eind juni 1926 komt zij terug naar Nederland. In 1926-1927 publiceerde Lekkerkerker drie artikelen in het Maandblad voor Berechting en Reclassering. In 1927 werden deze ook als afzonderlijke brochure uitgegeven onder de titel: Consultatiebureaux voor moeilijke kinderen in Amerika. Het Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen wilde een eerste bureau openen in Amsterdam. Het Genootschap kon zelf geen drager van dit initiatief zijn, want ‘de nieuwe voorziening was immers niet alleen voor criminele, maar ook voor anderszins moeilijke kinderen bedoeld’. Daarom werd een aparte commissie, later de ‘Nederlandsche Vereeniging ter Bevordering van Consultatiebureaux voor Moeilijke Kinderen’, belast met de voorbereidingen. Daarin hadden pedagoog Gunning (als voorzitter), kinderrechter Muller, en Lekkerkerker (als secretaris) zitting. Bij het Amerikaanse Laura Spelman Rockefeller Memorial Fund werden twee studiebeurzen aangevraagd opdat een Nederlands team van psychiater en maatschappelijk werkster gedurende een jaar de Amerikaanse Child Guidance Clinics kon bestuderen. Bij terugkomst zouden zij de staf van het Amsterdamse bureau vormen, ‘dat als experimenteel en demonstratie-bureau zou dienen’. De beurzen werden toegekend en in 1927 vertrokken psychiater P.H.C. Tibout en de maatschappelijk werksters Jkvr. W.L. van Spengler en J.C.G. de Ranitz (laatstgenoemde op eigen kosten) naar Amerika om een opleiding te volgen aan het Child Guidance Institute in New York. Na terugkeer van De Ranitz opende het eerste bureau op 25 november 1928 zijn deuren aan de Prinsengracht 717 in Amsterdam. ‘Mej. Tibout was door het Rockefeller Fund in staat gesteld om nog voor een tweede jaar haar studies in Europese landen voort te zetten, gedurende welke tijd de zenuwarts Groeneveld de psychiatrische functie zou vervullen.
Vader: 'We waren een gewoon gezin. Mijn vader was heel wetenschappelijk ingesteld, een echte kamergeleerde, en mijn moeder was een lieve huisvrouw, die nooit op enig gebied heeft gewerkt.’ Haar vader vond het belangrijk dat al zijn kinderen gingen studeren. Lekkerkerker ‘wilde eigenlijk naar de School voor Maatschappelijk Werk, om iets in de kinderbescherming of reclassering te doen.'
BRON: Anoushka Boet, Naastenliefde in een zondags pak, Ouderbegeleiding in historisch perspectief: de jaren 1900-1965.
  • In juli verschijnt het laatste nummer van Baknieuws.
  • Op 14 december wordt door de Nederduits Hervormde Gemeente te Arnhem de ‘Vereeniging tot verzorging van gebrekkige en mismaakte kinderen in Nederland’ opgericht. Dit is de voorloper van de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie, die in 1980 zou fuseren met de Gehandicaptenraad in het Nationaal Orgaan Gehandicaptenbeleid.
  • De zorg voor mensen met een lichamelijke beperking - Nijmegen -.
  • Jelgersma wordt hoogleraar in de psychiatrie aan de universiteit van Leiden; hij wordt in Amsterdam opgevolgd door de arts-letterkundige A. Aletrino.
  • De Gids der Nederlandsche Weldadigheid verschijnt, 'een leidraad in het labyrint onzer duizenden armenzorg-instellingen' - 1120 pagina's; o.a. Blankenberg -.
  • Oprichting van 'School en Leven. Weekblad voor opvoeding en onderwijs in school en huisgezin' - verschijnt tot 1916 -, onder redactie van Jan Ligthart.
  • Ontstaan van de ‘Nederlandse Bond tot Kinderbescherming’.
  • Opname van Amsterdamse weesmeisjes die onder begeleiding op stap gaan.

     
    1899 Amsterdam weesmeisjes

    'Zo was het tot ver in de 20e eeuw gebruikelijk dat de jongens direct bij binnenkomst werden kaalgeschoren en dat de meisjes van meet af aan goed herkenbaar kapje op het hoofd moesen dragen. Net zo gebruikelijk was de zogenaamde gestichtskleding, uniformen vaak met nummers op de schouder, waarmee men zeker in de buitenwereld zeer makkelijk te herkennen viel. Dit was bijvoorbeeld gebruikelijk in het Heilige Geest Weeshuis en hier werden de nummers pas in 1936 afgeschaft. Tot ruim na de Tweede Wereldoorlog bleef de kleding echter duidelijk herkenbaar! Net zo’n gebruikelijk beeld was het gezamenlijk in een rij naar de kerk gaan waarbij de groepsleiding meestal een fluitje bij zich droeg om degene die uit de pas liep te corrigeren. Dit waren allemaal aspecten die de kinderen verschrikkelijk vonden, discriminerend, vernederend. En dan was er natuurlijk de kale ordentelijkheid, van de slaapzaal, de eetzaal, de naaikamer. Typerend is dat de kinderen in het Heilige Geest Weeshuis nog in de 20er jaren tijdens het eten niet mochten praten. Niks van henzelf, geen enkele privacy, alles in het teken van orde, algemene regels en uniformiteit.
    Dat hele beeld verschuift binnen een aantal decennia vanaf de jaren dertig. Het kaalscheren wordt gestopt, de meisjes hoeven geen kapje meer op het hoofd, de nummers op de kleding verdwijnen, de gestichtskleding zelf verdwijnt, men hoeft niet meer in de rij bij de kerk, in plaats van slaapzalen komen aparte vertrekken, er komt contact met de buitenwereld, er worden uitstapjes gemaakt buiten de inrichting, en eindelijk mogen de kinderen ook zelf iets ophangen van henzelf. En heel belangrijk voor de kinderen zowel als voor de ouders, de inmiddels zwaar beladen term ‘gesticht’ wordt losgelaten en daarvoor komt modernere naamgeving in de plaats.'
    Ido Weijers, 2011, Mulock Houwer: criticus en pionier van de residentiële jeugdzorg
     
  • De eerste School voor Maatschappelijk Werk - 'Opleidingsinrichting voor Socialen Arbeid' - wordt te Amsterdam geopend - Hélène Mercier; Marie Muller-Lulofs; Louise Went; Emilie Knappert -.
  • In de Amsterdamse Potgieterstraat wordt de eerste afzonderlijke dagschool voor zwakzinnigen, 'de School voor Achterlijke Kinderen', geopend onder leiding van Klootsema en de school voor kinderen met spraakproblemen o.l.v. Kingma jr. .
    Utrechts Nieuwsblad 28 september 1899, 3.