LINK
Bekijk het verslag| Bert Duijker |
| 1912-1983 |
| Hij bezocht het gereformeerd gymnasium in Amsterdam om daarna wijsbegeerte te gaan studeren aan de Gemeentelijke Universiteit bij H.J. Pos. Als bijvak deed hij psychologie bij de toen enige hoogleraar in dat vakgebied, G. Révész. In 1937 legde hij zijn doctoraal examen (cum laude) af en werd assistent van Révész. In 1946 is hij gepromoveerd (alweer cum laude) op het onderwerp Taal en psychologische werkelijkheid. Extralinguale elementen in de spraak. Hij werd eerst benoemd tot conservator van het Psychologisch Laboratorium, en in 1950 tot gewoon hoogleraar in de experimentele psychologie. Na het afscheid van Révész in 1950 werd hij hoogleraar-directeur van het Psychologisch Laboratorium dat vele jaren gehuisvest was in de twee grachtenpanden aan de Keizersgracht. De leeropdracht van Duijker werd daarbij uitgebreid met de 'Algemene Psychologie'. Door het wetenschappelijk personeel van de Afdeling Psychologie, met name door Duijker, werd behalve voor deze twee faculteiten, ook onderwijstaken verzorgd voor de Faculteit der Politieke en Sociale Wetenschappen die in 1948 was opgericht. Aan het eind van de jaren '50 leverde Duijker, die jarenlang de spil was waarom het Psychologisch Laboratorium draaide, een belangrijke bijdrage voor de structurering van de studie met de publicatie van zijn nomenclatuur en systematiek van de Psychologie. De ideeën die hij in zijn leerboek ontvouwde, zouden de basis worden van de inrichting van de studie in de decennia vanaf 1960 en daarmee tevens een leidraad voor de modellering van het Psychologisch Laboratorium. Als basisvakken onderscheidde Duijker: functieleer, ontwikkelingsleer, persoonlijkheidsleer en gedragsleer. Hieraan voegde hij 'methodenleer' als steunvak toe. Voor elk van deze vakken werden - of waren reeds - lectoren en/of professoren aangetrokken, waarbij de voorlopige kroon op het werk in 1962 werd gezet met de aanstelling van dr. J.T. Barendregt tot hoogleraar 'Persoonlijkheidsleer'. Na deze programmatische voltooiing kon een jaar later, in 1963, een organisatorische herstructurering worden doorgevoerd, waarbij de Afdeling werd omgezet in de 'Interfakulteit Psychologie'. In later jaren beperkte hij zich in zijn colleges meer en meer tot de sociale psychologie. Toen Duijker in 1981 als hoogleraar afscheid nam, was het psychologisch lab al wel verhuisd naar het Weesperplein, maar nog niet naar de locatie aan de Roetersstraat. Duijker was lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Gedurende twintig jaar zijn ter ere van hem de zogenaamde 'Duijker-lezingen' gehouden. |
| Vader: Godsdienstleraar. |
| BRON |

| Derk Zuithoff |
| 3 november 1912-17 december 2002 |
| Na zijn studie geneeskunde en specialisatie als zenuwarts-psychiater in Groningen, vervulde hij adviseurschappen op het terrein van de psychiatrie bij verschillende ministeries. Zo was hij een invloedrijk adviseur van Minister van CRM (later VWS), dr. Marga Klompé. Hij hield zich onder meer bezig met sociaal welzijn van sociaal-economisch zwakken, repatrianten en verstandelijk gehandicapten. Ook werkte hij op het terrein van de sociale psychiatrie aan de Universiteit van Groningen en de forensische jeugdpsychiatrie aan de Universiteit van Utrecht. Als opvolger van Frits Grewel liet hij binnen de destijds over het algemeen psychomedisch georiënteerde orthopedagogiek een ander, meer sociologisch, geluid horen. Hij werd in 1970 aan de Faculteit Opvoedkunde van de Universiteit Amsterdam tot hoogleraar benoemd. Hierna heeft Zuithoff niet veel meer gepubliceerd. Zijn energie stak hij vooral in het aangaan van samenwerkingverbanden met het orthopedagogisch veld. Daar moest de orthopedagogiek in zijn ogen de inspiratie vandaan halen, daar moest de theorie zijn voedingsbodem hebben. Ook wierp hij zich op de democratisering van de Faculteit. Hij schreef in die tijd voor het Tijdschrift voor Orthopedagogiek een richtinggevend artikel over de neiging kinderen in diagnostische hokjes te stoppen en steeds weer nieuwe vormen van speciaal onderwijs te bedenken. Hij baseerde zich daarbij op Michel Foucaults ‘Les mots et les choses’. Ook schreef hij een artikel over het verwerkingsproces van ouders die een gehandicapt kind hebben gekregen. |
| BRON: Wolf, K. van der (2003). IN MEMORIAM professor Derk Zuithoff (1912-2002). Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 42, 109. |

Jan-Wilm Delicat - Van ijzeren vuist naar zachte hand?
LINK


LINK
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel