Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1914

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1914 - 1915. TWEEDE DEEL: LAGER ONDERWIJS.
    LINK
     


    pagina 29


  • Bekijk het verslag
     
  • Noodregeling-Treub; Staatsblad: niet in Staatsblad opgenomen; De regeling bestond uit circulaires van de minister van Landbouw, Nijverheid en Handel aan de gemeentebesturen van 22 en 26 augustus en 28 september 1914. De eerste circulaire van 22 augustus is de eigenlijke regeling, de circulaire van 28 september is een toelichting. Deze drie documenten zijn te vinden in: Bijlagen tot de Handelingen van de Staten-Generaal, zittingsjaar 1914/15, deel II, 201.4, p. 4-10. Dit zijn documenten behorende bij een aanvulling en verhoging van hoofdstuk X van de staatsbegroting (ministerie van Landbouw c.a.) dienstjaar 1914; in werking 22 augustus 1914; voorloper: geen; opvolger: Werkloosheidsbesluit.
  • België: Algemene Leerplicht.
    1914 leerplicht en leerlingenbegeleiding - Verknoping van onderwijs en sociaal werk
    LINK
  • Robert Goddard: patenten voor de meertrapsraket en de vloeibare-brandstofraket.
  • De negentienjarige Mary Phelps Jakob verwierf in november het patent op wat nu wordt beschouwd als de eerste moderne beha, de ‘backless brassiere’ die was gemaakt van twee zakdoeken. Het was niet de eerste beha; in Duitsland waren al eerder patenten aangevraagd en ook in Frankrijk werden al beha’s gemaakt. In 2008 werden in Tirol beha’s gevonden uit de vijftiende eeuw.
     
  • Start Eerste Wereldoorlog.
  • Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog vangt Nederland ruim een miljoen Belgische vluchtelingen op, hetgeen een tijdelijke toename van de Nederlandse bevolking met ruim 15% betekent. De meeste vluchtelingen keren na enkele weken terug, maar ruim honderdduizend blijven gedurende de gehele oorlog in Nederland en enige tienduizenden zelfs definitief.
  • Kunststof TV - 10 feb 2013 - Interview met Diederik van Vleuten
Adrianus Dingeman de Groot
1914-2006
In 1926 ging Adriaan naar het Kennemer Lyceum in Overveen, waar hij onder andere biologieles kreeg van Jac. P. Thijsse. In 1932 begon De Groot met de studie wiskunde en natuurkunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. In de zomer van 1934 volgde hij lessen op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Amersfoort, onder andere bij de socioloog Karl Mannheim en de psychologen Alfred Adler, Karl Bühler en Carl Gustav Jung. Na zijn kandidaats wiskunde stapte hij op de Universiteit van Amsterdam over naar psychologie. Hier was hij vooral geïnteresseerd in de denkpsychologie, de alfa-aspecten van het vak. In 1941 deed hij doctoraalexamen en slaagde hij cum laude. In 1946 promoveerde De Groot bij prof. dr. Géza Révész cum laude tot doctor in de Wis- en Natuurkunde op het proefschrift 'Het denken van den schaker'. Na zijn doctoraalexamen werkte De Groot enkele jaren als leraar wiskunde, en ook enige tijd als bedrijfspsycholoog. In 1948 begon hij aan de Universiteit van Amsterdam als lector Toegepaste psychologie. In 1950 kreeg hij een aanstelling als buitengewoon hoogleraar 'Toegepaste psychologie en de toepassing van statistische methoden bij het psychologisch onderzoek', die in 1955 omgezet werd in een gewoon hoogleraarschap met dezelfde leerstelling. In 1965 kreeg hij een nieuwe leerstoel, 'Methodenleer, inzonderheid van de toegepaste psychologie', die in 1970 werd uitgebreid tot 'Grondslagen en methodenleer van de sociale wetenschappen'. In 1950 deed hij zijn intrede met de rede 'Het object der psychodiagnostiek'. Vanaf zijn benoeming leverde De Groot scherpe kritiek op vele aspecten van de toenmalige psychologiebeoefening. De fenomenologische methode, de projectietest, het grafologisch oordeel en de klinische blik werden hard en met goede argumenten aangepakt. Hij is oprichter en eerste directeur van het Research Instituut voor Toegepaste Psychologie (RITP). De Universiteit van Gent verleende hem in 1973 een eredoctoraat in de psychologische en pedagogische wetenschappen. Eind jaren 70 verhuisden De Groot en zijn vrouw Els van Embden naar Schiermonnikoog, waar ze een huisje gingen bewonen in de dorpsstraat. Zijn aanstelling werd verplaatst naar de Rijksuniversiteit Groningen. Nationaal is hij bekend geworden als grondlegger van de Cito-toets en als auteur van het standaardwerk Methodologie uit 1961.
Vader: Huisarts.
BRON

De oervader van de CITOtoets, Kinder- en jeugdjaren van A.D. de Groot
LESSEN periodiek van het Onderwijsmuseum 2008 nummer 1
LINK

 

Jan Hendrik van den Berg
1914-2012
In zijn jeugd bezocht hij zelfstandig de hervormde kerk, en later ook de katholieke kerk, vooral vanwege de mystiek die hij daar vond. Na de HBS wilde hij studeren, maar daar hadden zijn ouders geen geld voor. Om dit toch mogelijk te maken volgde hij een opleiding aan het Christelijk Lyceum waar hij in korte tijd de acte wiskunde en de hoofdacte onderwijzer haalde. Vervolgens betaalde hij zijn studie aan de universiteit door het geven van bijlessen. In 1936 begon hij zijn medische studie aan de Universiteit van Utrecht. Hij specialiseerde zich in de psychiatrie en de neurologie. Hij promoveert bij Rümke in 1946 op 'De beteekenis van de phaenomenologische of existentiele anthropologie in de psychiatrie'. Van den Berg studeerde in Frankrijk en Zwitserland, waar hij zich verdiepte in de fenomenologie van Heidegger, Sartre en Merleau-Ponty. In 1947 werd hij chef de clinique aan de psychiatrische universiteitskliniek te Utrecht. In 1948 volgde de benoeming tot lector psychopathologie in Utrecht, later in Amsterdam. Vier jaar later volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de pastorale psychologie aan de theologische faculteit van de domstad.
In 1954 werd Van den Berg hoogleraar in de fenomenologische methode en conflictpsychologie te Leiden. In 1979 ging hij met emeritaat. Het succes van zijn 'Metabletica' (1956) - 26 drukken, zo’n 80.000 exemplaren - zorgde er voor dat hij tot de meest vertaalde Nederlandse auteurs behoorde. Kern van deze 'leer der veranderingen' is dat gelijktijdig optredende, ongelijksoortige verschijnselen licht kunnen werpen op het menselijk bestaan en de geschiedenis. Als cultuurcriticus bond Van den Berg de strijd aan met de Nederlandse publieke opinie. Terwijl deze een wending naar links doormaakte, keerde hij zich tegen gelijkheidsdenken, verloedering, links-liberale gemakzucht en anarchisme. In zijn brochure ”Medische macht en medische ethiek” (1969) problematiseerde hij als een van de eersten de toegenomen medische mogelijkheden en ethische vragen die daarmee gepaard gaan. Van den Berg was een van de vroege voorlieden van de in 1973 opgerichte Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE).
Vader: chef-machinist bij de watertoren.
BRON - BRON
  • Op 1 januari bedroeg het aantal gewone leden van O en A 91, er waren 21 buitengewone leden en 2 ereleden.
    Op die ledenlijst staan o.m.: D. Köhler, A.J. Schreuder, P.H. Schreuder, M.A. van Praagh, G.J. Vos, P. Linthorst, P.J. van der Waals, A.J. Calliber, Dr. D. Herderschêe, A.H.D. Wepster, A. Tonneman, F.A. van Riet en I. Schreuder.
  • Sinds dit jaar beschikt Dr. D. Herderschêe, schoolarts van de Amsterdamse Vereeniging voor Spraakgebrekkige en Achterlijke kinderen, over de eerste verpleegster in Nederland. Veelal liet Herderschêe ook behandelingen aan de verpleegster over, hoewel dit in feite op scholen niet mocht; echter 'Het kind moet geholpen worden en dan zwijgen alle overwegingen'. Met name luizen vormden een belangrijk aandachtspunt, de verpleegsters werden dan ook wel luizenzusters genoemd. De schoolartsen stonden redelijk machteloos tegenover deze plaag, omdat eenderde van de ouders hun adviezen in de wind sloeg. De goeden leden onder de slechten, vond Herderschêe: 'Het is voor een zindelijke moeder waarlijk om wanhopig te worden, wanneer haar kinderen steeds maar weer het onaangename gezelschap mee thuis brengen.' Zijn verpleegster ontluisde de kinderen, legde vermanende huisbezoeken af en onderrichtte ouders in het ontluizen. Dat werkte zodat veel minder vaak met kaalknippen van het kind gedreigd hoefde te worden.
  • De 'Vereeniging tot bevordering van het Christelijk onderwijs aan Achterlijke en Zenuwzwakke kinderen' wordt opgericht.
    Doel is:
    1. het wekken van belangstelling voor genoemd onderwijs
    2. het behartigen van de belangen van dit onderwijs en van hen, die daarin arbeiden.
    'De nieuwe vereniging bedoelt niet tegenover de Vereniging van Onderwijzers en Artsen te staan, doch naast haar en hoopt in goede harmonie samen te werken, waar zulks wenselik wordt geacht en voor de gemeenschappelike belangen dienstig zijn'.
    Het bestuur bestaat uit de heren: Poppes, Dr. Dupont en v.d. Wart.
  • Door de lezingen van Montessori - Discipline door vrijheid en door zelfopvoeding - gehouden voor de 'Vereeniging voor Paedologische Lezingen' werd door Henriëtte Siewertsz van Reesema - de Graaf en haar dochter Cornelia Philippi - Siewertsz van Reesema besloten een particulier Montessorischooltje op te richten in Den Haag - leidster J. Vosmaer-Werker; eerst in de tuinkamer van de villa van de familie Broese van Groenou, vervolgens in de Ten Hovestraat -.
  • Herderschêee, D. (1914). Een nieuw principe in de methoden der verstandsmeting, Tijdschrift der Vereeniging van Onderwijzers en Artsen, 6, 21-28.
     
  • Schreuder, P.H. (1914). De Montessorimethode.Tijdschrift der Vereniging van Onderwijzers en Artsen werkzaam aan Inrichtingen voor Onderwijs aan achterlijke en zenuwzwakke kinderen, 6, 39-47.
     
  • Schreuder, P.H. (1914). De Montessorimethode.Tijdschrift der Vereniging van Onderwijzers en Artsen werkzaam aan Inrichtingen voor Onderwijs aan achterlijke en zenuwzwakke kinderen, 6, 59-66.
     
  • Braam, W.W. (1914). Gymnastiek aan toestellen voor zwakzinnigen.Tijdschrift der Vereniging van Onderwijzers en Artsen werkzaam aan Inrichtingen voor Onderwijs aan achterlijke en zenuwzwakke kinderen, 6,  67-72.
     
  • Schreuder, P.H. (1914). Een openbare buitengewone school te Groningen (bespreking rapport Dr. E. Bonebakker ). Tijdschrift der Vereeniging van Onderwijzers en Artsen, 6, 72 - 73.
     
  • Reijs, J.H.O. (1914). Het spel der kinderen.Tijdschrift der Vereniging van Onderwijzers en Artsen werkzaam aan Inrichtingen voor Onderwijs aan achterlijke en zenuwzwakke kinderen, 6, 77-92.
     
  • Reijs, J.H.O. (1914). Het spel der kinderen.Tijdschrift der Vereniging van Onderwijzers en Artsen werkzaam aan Inrichtingen voor Onderwijs aan achterlijke en zenuwzwakke kinderen, 6, 95-108.