LINK

Bekijk het verslag| Adrianus Dingeman de Groot |
| 1914-2006 |
| In 1926 ging Adriaan naar het Kennemer Lyceum in Overveen, waar hij onder andere biologieles kreeg van Jac. P. Thijsse. In 1932 begon De Groot met de studie wiskunde en natuurkunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. In de zomer van 1934 volgde hij lessen op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Amersfoort, onder andere bij de socioloog Karl Mannheim en de psychologen Alfred Adler, Karl Bühler en Carl Gustav Jung. Na zijn kandidaats wiskunde stapte hij op de Universiteit van Amsterdam over naar psychologie. Hier was hij vooral geïnteresseerd in de denkpsychologie, de alfa-aspecten van het vak. In 1941 deed hij doctoraalexamen en slaagde hij cum laude. In 1946 promoveerde De Groot bij prof. dr. Géza Révész cum laude tot doctor in de Wis- en Natuurkunde op het proefschrift 'Het denken van den schaker'. Na zijn doctoraalexamen werkte De Groot enkele jaren als leraar wiskunde, en ook enige tijd als bedrijfspsycholoog. In 1948 begon hij aan de Universiteit van Amsterdam als lector Toegepaste psychologie. In 1950 kreeg hij een aanstelling als buitengewoon hoogleraar 'Toegepaste psychologie en de toepassing van statistische methoden bij het psychologisch onderzoek', die in 1955 omgezet werd in een gewoon hoogleraarschap met dezelfde leerstelling. In 1965 kreeg hij een nieuwe leerstoel, 'Methodenleer, inzonderheid van de toegepaste psychologie', die in 1970 werd uitgebreid tot 'Grondslagen en methodenleer van de sociale wetenschappen'. In 1950 deed hij zijn intrede met de rede 'Het object der psychodiagnostiek'. Vanaf zijn benoeming leverde De Groot scherpe kritiek op vele aspecten van de toenmalige psychologiebeoefening. De fenomenologische methode, de projectietest, het grafologisch oordeel en de klinische blik werden hard en met goede argumenten aangepakt. Hij is oprichter en eerste directeur van het Research Instituut voor Toegepaste Psychologie (RITP). De Universiteit van Gent verleende hem in 1973 een eredoctoraat in de psychologische en pedagogische wetenschappen. Eind jaren 70 verhuisden De Groot en zijn vrouw Els van Embden naar Schiermonnikoog, waar ze een huisje gingen bewonen in de dorpsstraat. Zijn aanstelling werd verplaatst naar de Rijksuniversiteit Groningen. Nationaal is hij bekend geworden als grondlegger van de Cito-toets en als auteur van het standaardwerk Methodologie uit 1961. |
| Vader: Huisarts. |
| BRON |
De oervader van de CITOtoets, Kinder- en jeugdjaren van A.D. de Groot
LESSEN periodiek van het Onderwijsmuseum 2008 nummer 1
LINK
| Jan Hendrik van den Berg |
| 1914-2012 |
| In zijn jeugd bezocht hij zelfstandig de hervormde kerk, en later ook de katholieke kerk, vooral vanwege de mystiek die hij daar vond. Na de HBS wilde hij studeren, maar daar hadden zijn ouders geen geld voor. Om dit toch mogelijk te maken volgde hij een opleiding aan het Christelijk Lyceum waar hij in korte tijd de acte wiskunde en de hoofdacte onderwijzer haalde. Vervolgens betaalde hij zijn studie aan de universiteit door het geven van bijlessen. In 1936 begon hij zijn medische studie aan de Universiteit van Utrecht. Hij specialiseerde zich in de psychiatrie en de neurologie. Hij promoveert bij Rümke in 1946 op 'De beteekenis van de phaenomenologische of existentiele anthropologie in de psychiatrie'. Van den Berg studeerde in Frankrijk en Zwitserland, waar hij zich verdiepte in de fenomenologie van Heidegger, Sartre en Merleau-Ponty. In 1947 werd hij chef de clinique aan de psychiatrische universiteitskliniek te Utrecht. In 1948 volgde de benoeming tot lector psychopathologie in Utrecht, later in Amsterdam. Vier jaar later volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de pastorale psychologie aan de theologische faculteit van de domstad. In 1954 werd Van den Berg hoogleraar in de fenomenologische methode en conflictpsychologie te Leiden. In 1979 ging hij met emeritaat. Het succes van zijn 'Metabletica' (1956) - 26 drukken, zo’n 80.000 exemplaren - zorgde er voor dat hij tot de meest vertaalde Nederlandse auteurs behoorde. Kern van deze 'leer der veranderingen' is dat gelijktijdig optredende, ongelijksoortige verschijnselen licht kunnen werpen op het menselijk bestaan en de geschiedenis. Als cultuurcriticus bond Van den Berg de strijd aan met de Nederlandse publieke opinie. Terwijl deze een wending naar links doormaakte, keerde hij zich tegen gelijkheidsdenken, verloedering, links-liberale gemakzucht en anarchisme. In zijn brochure ”Medische macht en medische ethiek” (1969) problematiseerde hij als een van de eersten de toegenomen medische mogelijkheden en ethische vragen die daarmee gepaard gaan. Van den Berg was een van de vroege voorlieden van de in 1973 opgerichte Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE). |
| Vader: chef-machinist bij de watertoren. |
| BRON - BRON |
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel