Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1920

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1920 - 1921. TWEEDE DEEL: LAGER ONDERWIJS.
    LINK
     
  • Wet op het Lager Onderwijs - 9 oktober, De Visser -; dit wordt in een Koninklijk Besluit geregeld.



    dr. J.T. de Visser
    WETTEKST
    LINK
    Download
     
  • ONDERWIJSRAAD - Rapport van den Onderwijsraad in zake het ontwerp Lager-Onderwijswet.
    LINK
     
  • ONDERWIJSRAAD - no. 1128 - Betreffende een onderzoek naar het dreigend tekort aan onderwijsers(essen).
    LINK
     
  • ONDERWIJSRAAD - no. 1370 - Maatregelen tot spoedige uitbreiding van het aantal leerkrachten bij het LAGER ONDERWIJS.
    LINK
     
  • Wet op de Rijksverzekeringsbank; Staatsblad 1920, nr. 780; in werking: 1 januari 1921; voorloper: geen; opvolger: de wet van 1933.
  • BEVOLKINGSAANTAL
    MANNEN - 3410262
    VROUWEN - 3455052
    TOTAAL - 6865314
  • Haardroger.
  • Earle Dickson: pleisters.
     
  • De prijs van een Amerikaanse stofzuiger ligt, omgerekend, tussen de 70 en 120 euro. De eerste Nederlandse stofzuiger, Excelsior, kost rond de 50 euro.
  • Opening eerste luchtlijn Amsterdam – Londen op 17 mei. De NV 'Koninklijke Luchtvaart Maatschappij' - KLM - begint tevens met vluchten op Hamburg en Kopenhagen.
  • Op initiatief van de ANWB en het 'Koninklijk Instituut van Ingenieurs': Eerste Nederlandsche Wegencongres.
  • ‘De Jantjes’ gaat op 14 augustus in première in de Plantage Schouwburg - zie ook '1934'.
  • Reportage van de 1-meiviering van de SDAP op het Museumplein in Amsterdam.  Een grote groep aanhangers van het socialisme is bijeengekomen op het Museumplein om de Dag van de Arbeid te vieren. Sprekers op een spreekgestoelte verkondigen hun boodschap. Daarna volgt de optocht van de diverse afdelingen van de SDAP. Sommige worden vooropgegaan door een fanfare. Op spandoeken en borden pleit men voor ontwapening, de achturige werkdag en vrouwenrechten. De menigte demonstreert tegen kinderarbeid en militarisme.
     
    1920 SDAP
  • Educatieve film over Mensendieck oefentherapie. Werkopnamen van onderzoek naar beenziektes en revalidatie van patienten, die behandeld zijn volgens het Mensendieck-systeem van B.M. Mensendieck. Een man ligt op een behandeltafel, drie vrouwen (waaronder vermoedelijk Bess
    Mensendieck zelf) staan om hem heen en geven hem lichaamstherapie. Een man met twee wandelstokken kan met veel moeite een stukje lopen. Een man met een ontwikkeld torso maar hele dunne beentjes beweegt zijn tenen.

     
    1920 Mensendieck
  • Documentaire over Amsterdam.  Het werkmateriaal voor de film Amsterdamsche pleinen en straten bestaat uit een verzameling shots van pleinen en straten in Amsterdam. De meeste beelden zijn langzame ´pan-shots´, camerabewegingen van links naar rechts. Sommige opnamen zijn van een hoog standpunt genomen. Dit levert mooie totalen op van de stad. De beelden van het Leidseplein met de 'couranten-kiosk' tonen een komen en gaan van mensen en trams.
     
    1920 Amsterdam
  • Reportage van het eerbetoon aan acteur Louis Bouwmeester.  Reportage van de huldiging van Louis Bouwmeester ter ere van zijn zestigjarig jubileum als acteur. De film is gemaakt in opdracht van het Amsterdamse Rembrandt Theater, waar de huldiging plaatsvond. De opnamen tonen Louis Bouwmeester en zijn broer Frits Bouwmeester, die samen een vol Rembrandt Theater betreden. Ook is te zien hoe Louis Bouwmeester en zijn zoon Raphaël een fragment van 'De koopman van Venetië' spelen. Na afloop zit Bouwmeester met directeur Maurits Stibbe in de loge van het Rembrandt Theater. De film eindigt met een oproep aan de toeschouwer om zich aan te sluiten bij een 'ere eskorte' voor de jubilaris door het Amsterdamse studentenkorps.
     
    1920 Hulde aan Louis Bouwmeester
  • BEELD
    Andere Tijden: uitzending: 07-09-2008. Aandacht voor het gezinsleven aan de hand van familiefilms uit de periode 1920 - 1980.
    Andere tijden, Gezien ons eigen Leven LINK
Carel (Frederik) van Parreren
1920-1991
Hij is in 1942 de studie in de psychologie in Amsterdam begonnen. Vooral de Duitse Gestalt-, denk- en ontwikkelingspsychologie behoorden tot het studieprogramma. Zijn gehele wetenschappelijke loopbaan is Van Parreren trouw gebleven aan deze oriëntatie. Na februari 1943 volgde hij clandestiene werkgroepen bij enkele docenten thuis: Géza Révèsz – die door Van Parreren als zijn leermeester werd beschouwd – en H.C.J. Duijker, zijn latere promotor. Hij deed in 1946 kandidaatsexamen en in 1947 doctoraal. Daarna werd hij assistent bij Duijker met de opdracht: het experimentele practicum. In zijn promotieonderzoek, over het verloop van leerprocessen, introduceerde hij als centraal begrip de ‘handelingsstructuur’, dat hij ontleende aan de Duitse psycholoog Kurt Lewin. Dit is – in zijn eigen woorden – alles wat iemand doet om een bepaald leerresultaat te bereiken. Het leerverloop werd gedefinieerd als een kwalitatieve ontwikkeling van handelingsstructuren. De dissertatie (1951) heeft als titel Intentie en autonomie in het leerproces. In de jaren daarna ontwikkelde Van Parreren een in vele opzichten nieuwe leertheorie, die in drie publicaties uiteen werd gezet, zijn oratie uit 1958 en Psychologie van het leren, deel I en II. De centrale vraag was: welke handelingen versterken of verzwakken de grenzen tussen de systemen? Van Parrerens Psychologie van het leren kan baanbrekend worden genoemd. Er is een Duitse vertaling van verschenen. De belangstelling vanuit Duitsland had met name betrekking op zijn systeemtheorie, die toepasbaar was op het onderwijzen van vreemde talen. Zijn boek voor de lerarenopleiding Leren op school (1964) werd een ‘bestseller’. Dit succes veroorzaakte een accentverschuiving in Van Parrerens onderzoek: van leren naar onderwijzen. Onderwijzen is immers de mogelijkheid leerprocessen (i.c. het ontwikkelen van handelingsstructuren) te optimaliseren. In 1965 werd Van Parreren in Utrecht benoemd tot hoogleraar in de psychologische functieleer. Hij introduceerde daar een nieuw thema: ‘Sovjetpsychologie’. In 1966 kwam hij in contact met professor P. Gal’perin, die hij in 1968 in Moskou bezocht. Hij kreeg een ‘schok van herkenning’. Gal’perins theorie was gebaseerd op het handelingstheoretische principe.
BRON
 
  • In de Wet op het Lager Onderwijs is opgenomen: ‘buitengewoon lager onderwijs wordt gegeven in scholen bestemd voor kinderen die wegens ziels- of lichaamsgebreken of uit maatschappelijke oorzaak, niet in staat zijn geregeld en met vrucht het gewone onderwijs te volgen of wier gedrag het noodzakelijk maakt buitengewoon onderwijs te doen geven.’ Er zal van dit moment tot en met 1985 gesproken worden van Buitengewoon Lager Onderwijs.
    Regeling van financiële gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
    Aan scholen voor gewoon lager onderwijs mogen niet zomaar klassen worden verbonden voor kinderen met een handicap.
    'Artikel 4 tweede lid
    Daarbij kan worden bepaald, in welke gevallen het buitengewoon onderwijs ook gegeven kan worden in daarvoor bestemde afzonderlijke klassen, behoorende tot scholen voor lager onderwijs, en kunnen met betrekking tot die klassen afwijkingen worden vastgesteld van de voor die scholen geldende wettelijke regelen.'
    De uitwerking van deze wet vindt plaats in Koninklijke Besluiten: ieder type buitengewoon lager onderwijs moest als zodanig worden geïndiceerd. Andere belangrijke bepalingen voor het buitengewoon lager onderwijs omvatten de praktische invulling: er werden eisen gesteld aan het leerplan, het schoolgebouw, het aantal verplichte onderwijzers, de opleiding en eisen van bekwaamheid van de onderwijzers en de vergoeding door het Rijk of de gemeente.
  • De kweekschool wordt de enige opleiding voor onderwijzers. De normaallessen worden afgeschaft en er komt een hoogwaardige opleiding van vijf jaar, met drie theoretische jaren en twee praktische. De kwekeling staat tijdens de praktische jaren als aspirant-onderwijzer minimaal halve dagen voor de klas. De toelatingseisen luiden: minimaal een afgeronde ulo- of driejarige hbs-opleiding of slagen voor een toelatingsexamen. Kweekschooldocenten worden vanaf heden betiteld als leraar en er worden hogere opleidingseisen aan hen gesteld. Instellingen die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen krijgen het jus promovendi. Het staatsexamen blijft nog wel bestaan en dus is het nog steeds mogelijk om onderwijzer te worden zonder de kweekschool te volgen. De tweedeling tussen hulp- en hoofdakte wordt afgeschaft en wordt vervangen door één opleiding die qua niveau hoger is dan de vroegere hoofdakte. Het leerplan en het examen omvatte: Nederlands, drie moderne talen, aardrijkskunde en geschiedenis, wis- en natuurkunde, onderwijs en opvoeding, schrijven, tekenen, handenarbeid en handwerken, lichaamsoefening, zang en muziek en hygiëne. Alleen nuttige handwerken is vanaf heden een bij-akte. Naast de vijfjarige kweekschool - voor onderwijzers, onderwijzeressen en voor zowel onderwijzers als onderwijzeressen - regelde de wet ook vierjarige opleidingsscholen, uitsluitend bestemd voor onderwijzeressen, met lagere toelatingseisen en voorbereidend voor de akte van bekwaamheid als 'hulponderwijzeres' - later als  'onderwijzeres A' betiteld.
    In de wet werd voorgeschreven dat voor alle vakken die gegeven werden een middelbare akte verplicht was. Tot op heden was het vak pedagogiek altijd verzorgd door directeuren of leraren zonder officieel bekwaamheidscertificaat. Er moest dus een middelbare akte (m.o.) pedagogiek tot stand komen. Rond 1920 waren op de meeste universiteiten - de Rijksuniversiteiten en de Vrije Universiteit en de Katholieke Universiteit van Nijmegen - inmiddels leerstoelen pedagogiek ontstaan. Uit angst voor 'staatspedagogiek' was aan het verkrijgen van de akte geen officieel staatsexamen verbonden, men deed examen bij de studieleider en een rijksgecommiteerde.
  • De rijksbeurzen worden afgeschaft.
  • In de wet was ook de verplichting opgenomen dat gemeentebesturen geld beschikbaar moesten stellen voor bibliotheken op openbare en bijzondere scholen.
  • Onderwijsontwikkeling na 1920
    LINK
  • Dr. Van Voorthuijsen was van 1920 tot 1937 de eerste inspecteur voor het buitengewoon onderwijs. Deze voormalige schoolarts heeft zich speciaal ingezet voor het oprichten van scholen voor moeilijk en zeer moeilijk lerende kinderen. Ook na zijn inspecteurschap bleef hij actief. Zo was hij secretaris van de Staatscommissie inzake Onvolwaardige Arbeidskrachten en gaf hij tal van lezingen over de toekomst van de gehandicaptenzorg.
    In nr. 9 van jaargang 1920 van het tijdschrift, over de benoeming tot Inspecteur voor het Buitengewoon Onderwijs van Van Voorthuijsen:
    'Er kan verschil van meening bestaan bij de vraag, of het 't meest gewenscht is, dat de inspectie van het buitengewoon, onderwijs in handen gelegd wordt van een medicus en niet in handen van een pedagoog.'
  • Het tijdschrift verschijnt onder de naam Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, orgaan der Vereeniging van Onderwijzers en Artsen werkzaam bij het Buitengewoon Onderwijs.
    In het 4e nummer van jaargang 1920 staat in het verslag van de Algemene Vergadering o.m.: 'De opmerking is gemaakt dat zich onder de medewerkers geen klasse-onderwijzers bevinden. De Redactie zal ook deze gaarne als medewerkers aan het Tijdschrift verbinden, mits ze zich als schrijver kenmerken. Onze leden worden ambtshalve als medewerkers beschouwd.
    De hoeveelheid copie geeft reden tot tevredenheid.
    De Heer Edens vraagt of de Redactie in 't vervolg voor de beoordeling van boekwerken niet meer de hulp wil inroepen van principiële tegenstanders onzer vereniging.
    '
  • In 1903 opende de verpleegkundige Elisabeth Boddaert haar eerste tehuis voor 'de moeilijke jeugd'. Onder het motto 'overwin het kwade door het goede' werden kinderen hier na schooltijd gastvrij opgevangen. Het 'Boddaert-tehuis' onderscheidde zich door de liefdevolle en individuele aandacht voor de pupillen. Tucht heerste er niet. Wel werd er een strakke dagindeling gehandhaafd en stonden netheid en zindelijkheid er hoog in het vaandel. De documentaire toont de dagelijkse bezigheden in het opvanghuis. De kinderen, gekleed in een schort en met kortgeschoren hoofden, houden zich geconcentreerd bezig met timmeren en koken, ramen lappen en tuinieren, lezen en handwerken, wassen en strijken, messen slijpen en lepels poetsen. Aan het einde van de dag is er tijd voor een maaltijd en een gezamenlijk spel.
     
    1920 Boddaert
  • Oprichting Sociale Werkvoorziening.
  • Oprichting van 'De Katholieke School voor Maatschappelijk Werk' in Sittard.
  • De Rotterdamsche Vakantieschool
    LINK
     
  • Impressie van een school in 1920 in museum 'De Burghse Schoole'
    LINK
  • Kinderstudie
    Paedologische bladen
    Onder redaktie van Dr. G.A.M. van Wayenburg, Dr. J.H. Gunning Wzn., C.M. Soeters, W.H. ten Seldam, Prof. dr. K. Herman Bouman, F.J. van der Molen.
    Deel IV - 1920/1921
     
  • De Redactie (1920). Een woord vooraf. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 1-3.
     
  • Vries, E. de (1920). Welke kinderen van de school voor achterlijken kinderen komen later in het Zwakzinnigengesticht? Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 3-7.
     
  • Vos, G.J. (1920). Samenwerking.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 9-10.
     
  • Schreuder, P.H. (1920). Overgangstoestand. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 10-14.
     
  • Assen, J. van (1920). Zorg voor lichamelijk gebrekkige jeugd.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 17-20.
     
  • Herderschêe, D. (1920). Zwakzinnigen in Amerika.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 20–21.
     
  • Anoniem (1920). Onze kolonie.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 30-31.
     
  • Schreuder, P.H. (1920). Aantal leerl. per klasse. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 33-34.
     
  • Schreuder, A.J. (1920). Haga’s leermiddelen.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 39-41.
     
  • Praagh, J. van. (1920). Onze kolonie.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 46-48.
     
  • Herderschêe, D. (1920). Het causale denken.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 49-51.
     
  • Beijnum, J.E. (1920). De lichamelijk gebrekkige jeugd. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 51 - 53.
     
  • Fehmers, P.J. (1920). Doofstomheid, idiotisme en leerplicht.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 53-54.
     
  • Anoniem (1920). Memorie van toelichting.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 62-63.
     
  • Hiemstra, S. (1920). Beschouwingen en wenschen  inzake onze opleiding.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 65-72.
     
  • Vos, G.J. (1920. Zintuigoefeningen der Haarlemse Proefklas. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 73 - 75.
     
  • Hiemstra, S. (1920). Beschouwingen en wenschen  inzake onze opleiding.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 81-86.
     
  • Schreuder, P.H. (1920). Het resultaat van onze actie tot verbetering van het ontwerp van Wet op het L.O.. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 89-90.
     
  • Vries, E. de (1920). Het voorkomen van Zwakzinnigheid te Leiden.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 97-102.
     
  • Hartmans, J. H. (1920). Een geval van Hoorstomheid. Motorisch-sensorische vorm.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 104-108.
     
  • Schreuder, P.H. (1920). Bespreking van ‘Schoolartsen en Schoolverpleegsters, - Rapport,  door het bureau voor kinderbescherming. (Bond van Nederl. Onderwijzers ). Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 108 - 109.
     
  • Vries, E. de (1920). Het voorkomen van Zwakzinnigheid te Leiden.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 113-116.
     
  • Hartmans, J. H. (1920). Een geval van Hoorstomheid. Motorisch-sensorische vorm.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 117-119.
     
  • Fehmers, P.J. (1920). Exameneischen voor de Diploma’s der Inrichting voor Doofstommenonderwijs te Rotterdam.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 124-125.
     
  • Vos, G.J. (1920). Onze Inspecteur.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 129-130.
     
  • Vos, G.J. (1920). Onderwijs voor nerveuze kinderen.Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 1, 130-137.
     
  • Schreuder, P.H. (1920). Onze salarissen. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,1, 138 - 139.