LINK

| Rini (Adriana Johanna) Wilmink |
| 1923-2022 |
|
Dr. A.J. Wilmink begon als onderwijzeres in het basis- en speciaal onderwijs. Zij was verbonden aan het Gemeentelijk Pedotherapeutisch Instituut (GPI) in Amsterdam, waar zij van 1958 - 1984 directeur was. Haar dissertatie - 1967 - 'Begeleiding van schoolkind en school; proeve van gecoördineerde geestelijk hygiënische zorg en pedagogische hulpverlening'.
|
| Ivan Gadourek |
| 1923 - 2013 |
| Gadourek werd in 1923 geboren in het huidige Tsjechië. Hij studeerde filosofie en Engels aan de universiteit van Brno. Hij was daar ook actief als voorzitter van de sociaaldemocratische studentenvereniging. In 1947 reisde hij naar Nederland om met de PvdA'er Koos Vorrink te praten over meer steun aan de socialisten in het na-oorlogse Tsjecho-Slowakije. Toen de communisten een jaar later de macht grepen, moest Gadourek vluchten. Via een Nederlandse student kwam hij bij toeval in Den Haag terecht. Hij studeerde sociologie in Leiden en promoveerde daar op het proefschrift The political control of Czechoslovakia: a study in social control of a Soviet communist state. Hij betaalde de studie door als bibliothecaris te werken op de medische faculteit van de universiteit. Intussen trouwde hij met een Nederlandse vrouw en kreeg twee dochters (Milada en Maja). Daarnaast was hij zeer actief in de strijd tegen de dictatuur in Tsjecho-Slowakije (zo maakte hij verzetskrantjes) en in de opvang van vluchtelingen uit het land. In 1950 begon hij een grootschalig onderzoek naar typisch Nederlandse eigenschappen. Hiervoor koos hij het bollendorp Sassenheim, dat vanwege de vele religieuze stromingen (katholieken, hervormden en gereformeerden) model stond voor het land. Hier onderzocht hij hoe Nederlanders wonen, werken, hun kinderen opvoeden en hun vrije tijd besteden. In 1993 probeerde de hoogleraar Kees Schuyt met zijn studenten de veranderingen met een soortgelijk onderzoek in Sassenheim vast te stellen en eind vorig jaar werd dat weer herhaald door een onderzoeksteam van de Universiteit van Amsterdam op dezelde manier als Gadourek: het interviewen van mensen, het bestuderen van documenten en het houden van enquêtes. Gadourek verhuisde in 1958 naar Groningen, waar hij was benoemd tot hoogleraar sociologie aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Hij vond dat wetenschappelijke uitspraken empirisch moesten worden ondersteund. Het bracht hem ertoe grootschalig databestanden te verzamelen en met statistische methoden te analyseren. Hij zocht altijd de nuance. De simpele stelling dat mensen die niet gemotiveerd waren in hun werk, eerder ziek zouden worden, nuanceerde hij na een onderzoek bij Philips en Hoogovens. Zijn drie monografieën A Dutch Community (1956), Riskante gewoonten (1963) en Absences and Well-being of Workers (1965) werden lang gebruikt als voorbeeld voor onderzoek met behulp van steekproeven en enquêtes. Zijn engagement voor een democratische samenleving, zijn betrokkenheid bij studenten en zijn aimabele karakter maakten Gadourek een populair hoogleraar in Groningen. In bepaalde kwesties was hij echter onverzettelijk. Als vluchteling uit Tsjecho-Slowakije verzette hij zich tegen de ongewenste effecten van het modieuze collectivisme in de studentenbeweging. Vanwege zijn betekenis voor de wetenschap ontving hij in 1985 van de Universiteit Utrecht en in 1992 van de Masaryk University in Brno een eredoctoraat. |
| Vader: waterbouwkundig ingenieur. |
| BRON: De Volkskrant 28 mei 2013 |
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel