Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1923

  • VERSLAG VAN DEN STAAT DER HOOGE, MIDDELBARE EN LAGERE SCHOLEN IN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN OVER 1923 - 1924. TWEEDE DEEL. LAGER ONDERWIJS.
    LINK
     


    pagina 241

    pagina 244
  • Koninklijk Besluit Buitengewoon Lager Onderwijs. Dit regelt, met tal van wijzigingen en uitbreidingen, tot 1949 het buitengewoon onderwijs in Nederland.
  • Hoorapparaat.
  • Philo Farnsworth: televisie.
  • Michael Max Munk: windtunnel.
  • Juan DE La Cierva: autogyro.
  • Harold Edgerton: xenon-flitslamp.
     
  • Koningin Wilhelmina viert in september haar zilveren regeringsjubileum.
    Documentaire ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van koningin Wilhelmina. Deze door Haghe Film samengestelde jubileumfilm bestaat grotendeels uit opnamen die filmmaker Willy Mullens in voorgaande jaren van het koninklijk huis had gemaakt. De film bevat onder meer beelden van de aanhankelijkheidsdemonstratie op het Haagse Malieveld in november 1918. Ook zijn fragmenten uit Mullens' Leger- en vlootfilm  te zien.
    De film opent met portretten - schilderijen en borstbeelden - van de voorvaderen van de koningin. Daarop volgt een nogal curieuze  animatiesequentie waarin de geboorte van Wilhelmina wordt aangekondigd. Van de hoogtepunten uit Wilhelmina's eerste regeringsjaren zijn foto's te zien. Relevante filmopnamen uit die periode waren niet meer voorradig.

     
    1923 Wilhelmina
Rini (Adriana Johanna) Wilmink
1923-2022

Dr. A.J. Wilmink begon als onderwijzeres in het basis- en speciaal onderwijs. Zij was verbonden aan het Gemeentelijk Pedotherapeutisch Instituut (GPI) in Amsterdam, waar zij van 1958 - 1984 directeur was. Haar dissertatie - 1967 - 'Begeleiding van schoolkind en school; proeve van gecoördineerde geestelijk hygiënische zorg en pedagogische hulpverlening'.

Ivan Gadourek
1923 - 2013
Gadourek werd in 1923 geboren in het huidige Tsjechië. Hij studeerde filosofie en Engels aan de universiteit van Brno. Hij was daar ook actief als voorzitter van de sociaaldemocratische studentenvereniging. In 1947 reisde hij naar Nederland om met
de PvdA'er Koos Vorrink te praten over meer steun aan de socialisten in het na-oorlogse Tsjecho-Slowakije. Toen de communisten een jaar later de macht grepen, moest Gadourek vluchten. Via een Nederlandse student kwam hij bij toeval in Den Haag terecht. Hij studeerde sociologie in Leiden en promoveerde daar op het proefschrift The political control of Czechoslovakia: a study in social control of a Soviet communist state.
Hij betaalde de studie door als bibliothecaris te werken op de medische faculteit van de
universiteit. Intussen trouwde hij met een Nederlandse vrouw en kreeg twee dochters (Milada en Maja). Daarnaast was hij zeer actief in de strijd tegen de dictatuur in Tsjecho-Slowakije (zo maakte hij verzetskrantjes) en in de opvang van vluchtelingen uit het land.
In 1950 begon hij een grootschalig onderzoek naar typisch Nederlandse eigenschappen.
Hiervoor koos hij het bollendorp Sassenheim, dat vanwege de vele religieuze stromingen (katholieken, hervormden en gereformeerden) model stond voor het land. Hier onderzocht hij hoe Nederlanders wonen, werken, hun kinderen opvoeden en hun vrije tijd besteden. In 1993 probeerde de hoogleraar Kees Schuyt met zijn studenten de veranderingen met een soortgelijk onderzoek in Sassenheim vast te stellen en eind
vorig jaar werd dat weer herhaald door een onderzoeksteam van de Universiteit van Amsterdam op dezelde manier als Gadourek: het interviewen van mensen, het bestuderen van documenten en het houden van enquêtes.
Gadourek verhuisde in 1958 naar Groningen, waar hij was benoemd tot hoogleraar sociologie aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Hij vond dat wetenschappelijke uitspraken empirisch moesten worden ondersteund. Het bracht
hem ertoe grootschalig databestanden te verzamelen en met statistische methoden te
analyseren. Hij zocht altijd de nuance. De simpele stelling dat mensen die niet gemotiveerd waren in hun werk, eerder ziek zouden worden, nuanceerde hij na een
onderzoek bij Philips en Hoogovens. Zijn drie monografieën A Dutch Community (1956), Riskante gewoonten (1963) en Absences and Well-being of Workers (1965) werden lang gebruikt als voorbeeld voor onderzoek met behulp van steekproeven en enquêtes.
Zijn engagement voor een democratische samenleving, zijn betrokkenheid bij studenten en zijn aimabele karakter maakten Gadourek een populair hoogleraar in Groningen. In bepaalde kwesties was hij echter onverzettelijk. Als vluchteling uit Tsjecho-Slowakije
verzette hij zich tegen de ongewenste effecten van het modieuze collectivisme in de
studentenbeweging. Vanwege zijn betekenis voor de wetenschap ontving hij in 1985 van de Universiteit Utrecht en in 1992 van de Masaryk University in Brno een eredoctoraat.
Vader: waterbouwkundig ingenieur.
BRON: De Volkskrant 28 mei 2013
  • Naast scholen voor zwakzinnigen worden scholen voor doofstommen, blinde en slechthorende kinderen en scholen verbonden aan gestichten worden toegestaan. Tot op heden hadden deze scholen geen wettelijke basis. Verder werd het zwakzinnigenonderwijs nader gespecificeerd in drie typen scholen: scholen voor zwakzinnigen, scholen voor imbecielen en scholen voor imbecielen en idioten verbonden aan gestichten. In het besluit stonden bovendien bepalingen over inrichting, leerplan en financiën voor alle schooltypen. De nieuwe buitengewone scholen die werden opgericht in de periode na het Koninklijk Besluit als gevolg van de toename van het aantal leerlingen, konden niet rekenen op rijkssubsidie. Hier was vanwege de financiële crisis geen geld voor. De nieuwe scholen werden daarom opgericht vanuit particuliere verenigingen. Deze situatie was tekenend voor de rest van de jaren twintig en dertig.
  • Oprichting van het 'Consultatiebureau voor Lichamelijk Gebrekkigen' te Rotterdam.
  • Mevr. Van Andel start in Rotterdam een 'polikliniek voor zielkunde'.
  • De scholen van de ‘Vereeniging voor Spraakgebrekkige en Achterlijke kinderen’ worden overgenomen door de gemeente Amsterdam. Vanaf heden zijn het openbare scholen. Het onderzoek van 'de candidaten’ vindt nu plaats door een commissie, bestaande uit de hoofden der scholen en de schoolarts, verbonden aan deze scholen. Het onderzoek bestaat uit een psychologisch, didactisch en geneeskundig gedeelte en duurt ongeveer een uur.
  • Franciscus Roels wordt aangesteld tot buitengewoon hoogleraar - tot 1930 - in de 'empirische en toegepaste zielkunde, in het bijzonder de pedagogische en industriële zielkunde' aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.
  • Benoeming van Jan Gunning Wzn (1859-1951) als buitengewoon hoogleraar pedagogiek in Utrecht. Bij de aanvaarding van het ambt houdt hij de rede 'Pro Domo' - 15 oktober 1923 -.
  • Verslag van het vakantiekamp voor Groningse schookinderen op de heide bij Rolde op 19 juli 1923.  Begeleid door een muziekkorps vertrekt een groep Groningse schoolkinderen naar het station om per trein af te reizen naar het Drentse Rolde. Daar zullen ze een dag doorbrengen op de heide. In Drente stoeien de kinderen in het zand spelen ze een bokswedstrijd na tussen de kampioenen Battling Siki en Georges Carpentier. Aan het einde van de dag gaat iedereen voldaan terug naar Groningen.  De reportage sluit af met een opname van het Groningse bestuur van het Vacantie-kinderfeest. Het publiek wordt opgeroepen dit initiatief financieel te ondersteunen.
    - Bron: http://www.filminnederland.nl -.
     
    1923 vacantiekinderfeest
  • Het Vaderland 1 april 1923
  • Graaff, J. de (1923). Iets over het onderwijs in de Kennis der Natuur op de Scholen voor Buitengewoon L.O. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 1-11.
     
  • Linthorst, P. (1923) Onze kolonie. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 11-13.
     
  • Vos, G.J.  (1923) Onderwijs aan nerveuze kinderen. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 17-24.
     
  • Herderschêe, D. (1923). Stotteren en linkshandigheid. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 33-37.
     
  • Winter, H. de (1923). Enige gedachten over onderwijs in handenarbeid aan zwakzinnigen. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 4,  37 - 39.
     
  • Schreuder, P.H. (1923). Het Kon. Besluit omtrent 't B. L. O.. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 4, 44 - 45.
     
  • Assen, P. van (1923). Het vraagstuk der geestelijke vermoeidheid op school. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 50-55.
     
  • Herderschêe, D. (1923). Prentjes zien. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 55-58.
     
  • Aalten, P. van (1923). Het vraagstuk der geestelijke vermoeidheid op school. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 81-84.
     
  • Fries, F. (1923) Aantal klassen aan de scholen voor Zwakzinnigen  op 31 december van de jaren. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 88-89.
     
  • Vos, G.J. (1923). De tentoonstelling. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 4,   100 - 102.
     
  • Fr. Visser (1923). Onze tentoonstelling. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 4,   102 - 103.
     
  • Schreuder, P.H. (1923). Het R.0. in de 1ste Kamer. (Zitting 18 April '23.). Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 4, 105 - 107.
     
  • Voorthuijsen, A. van, (1923). De ontwikkeling van het speciale onderwijs aan Zwakzinnigen in Nederland. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 113-119.
     
  • Belzer, A.H.J. (1923) Iets over het onderwijs aan en de nazorg voor blinden. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 129-134.
     
  • Winter, H. de (1923) Onze tuchtmiddelen. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 134-138.
     
  • Belzer, A.H.J. (1923) Iets over het onderwijs aan en de nazorg voor blinden. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 145-157.
     
  • Voorthuijsen, A. van (1923). De wilde van Aveyron. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 161-168.
     
  • Wepster, A.H.D. (1923). Werkinrichting van zwakzinnigen te Dordrecht. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 4,  169 - 172.
     
  • Soek, A. (1923). Handenarbeid voor meisjes. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 4,  173 - 174.
     
  • Soek, A. (1923). Het cijferen en het hoofdreken. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs 4,  177 - 179.
     
  • Boer, P. de (1923). De nazorg bij het buitengewoon onderwijs. Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 179-184.
     
  • Schreuder, P.H. (1923). Het vervolg onderwijs te ’s-Gravenhage. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 4, 183 - 184.
     
  • Schreuder, P.H. (1923). Staatsblad 489.  Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs, 4, 195-205.