| Hij bezocht het gymnasium te Bandoeng en bracht drie jaar in een Japans interneringskamp door. Hij beëindigde zijn gymnasiale opleiding in 1946 te Bilthoven en studeerde vervolgens psychologie in Utrecht van 1946-1949. Daar was hij vanaf 1948 verbonden aan het Psychologisch Laboratorium van de Rijksuniversiteit, aanvankelijk als assistent, in 1951 als wetenschappelijk hoofdambtenaar. In 1956 promoveerde hij cum laude op een experimenteel psychologisch proefschrift over het binokulaire dieptezien bij Prof.dr. F.J.J. Buytendijk. Op 16 september 1957 werd hij tot hoogleraar in de experimentele algemene psychologie benoemd. Oratie: 'A gentle force. Beschouwingen over het associatiebegrip'. In 1951 publiceert hij met Kouwer Inleiding tot de psychologie. Op 17 maart 1964 overlijdt hij kort voordat Idolen van de psycholoog werd gepubliceerd. |