Oprichting van het 'Paedalogisch Instituut' - VU, Jan Waterink - theoloog aangesteld als hoogleraar in de pedagogiek -. Het PI was een samenwerkingsverband tussen de VU en de Vereeniging voor de Verpleging en Verzorging van Zwakzinnige Kinderen en Idioten.
'Bij de opening waren talloze genodigden aanwezig, onder wie een wethouder, iemand van de Geneeskundige Dienst van Amsterdam, de Rector Magnificus van de VU en de inspecteur van het Buitengewoon Lager Onderwijs, Adriaen van Voorthuijsen. De Gemeente Amsterdam had inmiddels toch een kleine subsidie toegekend, omdat duidelijk was geworden, dat het instituut een open toelatingsbeleid van kinderen zou hanteren. Tal van kranten en tijdschriften besteedden aandacht aan de opening en de woorden die daar gesproken zijn. Van Voorthuijsen had bijvoorbeeld opgemerkt, dat vanaf het ogenblik dat hij met onderwijszaken te maken kreeg 'het gevoeld te hebben als een gemis, dat een wetenschappelijk instituut als dit niet bestond. Wel bestond het intelligentieonderzoek, doch dit is onvoldoende. We moeten de geheele persoonlijkheid leeren kennen om het goede, dat in haar sluimert, tot vol leven te kunnen wekken. In veel vraagstukken zal dit instituut licht kunnen brengen. Zoo zal naar spr. hoopte meer klaarheid komen omtrent het verband tusschen geestelijke en moreele minderwaardigheid. Groot vertrouwen kan men hierbij stellen in de leiding welke prof. Waterink, in wien idealisme en werkelijkheidszin zo bewonderenswaardig zijn vereenigd, aan het instituur zal geven.'
Marjoke Rietveld - van Wingerden, Ontstaan van het PI in Amsterdam, in Marjoke Rietveld - van Wingerden (red.), Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen, Zoetermeer: Meinema, 2006, p. 51 - 52.
Het instituut wordt opgericht door de Vereeniging tot Opvoeding en Verpleging van idioten en achterlijke kinderen:
'Het Instituut zal uitgaan van de Ver. tot Opvoeding en Verpleging van idioten en achterlijke kinderen, welke zo men weet, de stichtingen 's-Heerenloo, Groot Emaus, Lozenoord en de v.d. Berghstichting beheert.' (TvBO, 1930, 307)
Waterink in het PI