Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1931

  • HET ONDERWIJS IN 1931.
    LINK
     
  • ONDERWIJSRAAD - no. 10890 - Rapport betreffende paedagogische organisatie.
    LINK
     
  • Koninklijk Besluit Buitengewoon Onderwijs.
  • Circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw van 7 januari 1931, nr. 65 afd. A. [= Armwezen]; Staatsblad: niet in Staatsblad opgenomen; in werking: 7 januari 1931; voorloper: Werkloosheidsbesluit (ten dele); opvolger: de circulaire regelde de steun aan uitgetrokken werkloze arbeiders en werd opgevolgd door een lange stroom van circulaires, waaronder met name genoemd moeten worden de overbruggingsregelingen A en B; de steunverlening aan uitgetrokken werklozen werd pas wettelijk geregeld met de Wet Werkloosheidsvoorziening van 1964.
  • Jacob Schick: elektrisch scheerapparaat.
  • Karl Jansky: radiotelescoop.
     
  • Draadomroep in Rotterdam.
  • Oprichting 'Nationaal-Socialistische Beweging' - NSB; Anton Mussert -.
  • 'Volkshogeschool Allardsoog' - Bakkeveen -.
  • In Noord-Brabant wordt de Maas tot 1937 rechtgetrokken en gekanaliseerd naar een ontwerp van ir. Lely.
  • Op 29 augustus neemt Wibaut afscheid als gemeentebestuurder.
  • De tunnels onder het Amsterdamse Rijksmuseum worden afgesloten voor alle verkeer, uitgezonderd fietsers en voetgangers.
  • De gasmunt met inkeping – ‘goed voor een kubieke meter gas’ - wordt geïntroduceerd.
  • Kappers voeren speciale werklozentarieven in.
  • Kind und Welt - Der Lebensraum des Kindes, Lewin 1931 - Commentaar Prof. Dr. Helmut E. Lück
  • Scholen voor psychopaten – worden in 1949 zeer moeilijk opvoedbaar genoemd - en scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen worden in het besluit opgenomen.
  • Oprichting 'Nederlandse Bond van Doven-verenigingen'.
  • Oprichting van het 'Paedalogisch Instituut' - VU, Jan Waterink - theoloog aangesteld als hoogleraar in de pedagogiek -. Het PI was een samenwerkingsverband tussen de VU en de Vereeniging voor de Verpleging en Verzorging van Zwakzinnige Kinderen en Idioten.
    'Bij de opening waren talloze genodigden aanwezig, onder wie een wethouder, iemand van de Geneeskundige Dienst van Amsterdam, de Rector Magnificus van de VU en de inspecteur van het Buitengewoon Lager Onderwijs, Adriaen van Voorthuijsen. De Gemeente Amsterdam had inmiddels toch een kleine subsidie toegekend, omdat duidelijk was geworden, dat het instituut een open toelatingsbeleid van kinderen zou hanteren. Tal van kranten en tijdschriften besteedden aandacht aan de opening en de woorden die daar gesproken zijn. Van Voorthuijsen had bijvoorbeeld opgemerkt, dat vanaf het ogenblik dat hij met onderwijszaken te maken kreeg 'het gevoeld te hebben als een gemis, dat een wetenschappelijk instituut als dit niet bestond. Wel bestond het intelligentieonderzoek, doch dit is onvoldoende. We moeten de geheele persoonlijkheid leeren kennen om het goede, dat in haar sluimert, tot vol leven te kunnen wekken. In veel vraagstukken zal dit instituut licht kunnen brengen. Zoo zal naar spr. hoopte meer klaarheid komen omtrent het verband tusschen geestelijke en moreele minderwaardigheid. Groot vertrouwen kan men hierbij stellen in de leiding welke prof. Waterink, in wien idealisme en werkelijkheidszin zo bewonderenswaardig zijn vereenigd, aan het instituur zal geven.'

    Marjoke Rietveld - van Wingerden, Ontstaan van het PI in Amsterdam, in Marjoke Rietveld - van Wingerden (red.), Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen, Zoetermeer: Meinema, 2006, p. 51 - 52.

    Het instituut wordt opgericht door de Vereeniging tot Opvoeding en Verpleging van idioten en achterlijke kinderen:
    'Het Instituut zal uitgaan van de Ver. tot Opvoeding en Verpleging van idioten en achterlijke kinderen, welke zo men weet, de stichtingen 's-Heerenloo, Groot Emaus, Lozenoord en de v.d. Berghstichting beheert.' (TvBO, 1930, 307)

    Waterink in het PI

  • Het testen van kinderen; Paedologisch Instituut in Amsterdam - Marjoke Rietveld-van Wingerden
    LESSEN periodiek van het Onderwijsmuseum 2008 nummer 1
    LINK
     
  • 'Aan de Apollolaan, in het ouderlijk huis in Amsterdam, woonde hij ook in zichzelf. Zijn ouders hoorden bij de Katholiek Apostolische Gemeente. Zijn vader was een belangrijk man binnen de kerk. De kinderen kregen een intensieve protestantse opvoeding; aan tafel werd zwaar uit de bijbel gelezen. 'Mijn vader had God lief boven mij, dat heeft hij ook altijd gezegd. Ook boven zijn vrouw.'
    Op school en thuis was hij braaf. Hij verzette zich nooit. Hij had zijn aquarium en zijn liefde voor de jazz.
    Hij had een abonnement op Artis. Daar kwam hij elke zondag, ook in de winter. 'Tussen de dieren voelde ik me nooit alleen.'
    Op school hield hij gewoon op met leren. Meestal behoorde hij tot de slechtsten van de klas. Hij is drie keer blijven zitten. Niet omdat hij lui was of dom, maar omdat hij andere dingen interessanter vond. Van algebra hield hij niet. Maar over tropische vissen kon je hem van alles vragen.
    Hij heeft aan de schrijver Jan Brokken een mooi verhaal verteld over ouders en kinderen en de zijns inziens fundamenteel verstoorde relatie tussen die twee werelden. Guus Kuijer was zes en verliefd op de juf. Zij kon onder het vertellen van een verhaal uit de bijbel haar hand zo mooi in de V-hals van haar truitje laten glijden. Het maakte hem verliefd tot over zijn oren. Hij wist zeker dat hij er niet mee hoefde thuis te komen.
    Hij moest een test doen op het Amsterdams Pedagogisch Instituut. In het rapport schreef professor Waterink die behalve pedagoog ook gereformeerd predikant was, dat de kleine Guus niet volwassen wilde worden.
    Zijn ouders stuurden hem naar een internaat in Zutphen. Samen met elf andere moeilijke jongens was hij als 16-jarige ondergebracht in Huize Parkzicht. De leiding was in handen van een gereformeerd echtpaar dat drillen tot de hoofdtaak rekende. Hij heeft er definitief zijn afkeer van pedagogen opgedaan.
    Op zaterdag- en zondagmiddag waren de jongens vrij, van twee tot vier. Ze mochten Zutphen in, maar in hun schaduw liep de directeur mee.
    Hij vluchtte weleens een katholieke kerk in om alleen te kunnen zijn. Jaren later kon hij er nog van dromen dat hij de vrouw van Huize Parkzicht vermoordde.
    Hij wilde niet volwassen worden, aldus professor Waterink. Dat was ook zo. Hij is zich vanaf zijn zestiende gaan aanpassen. Je kunt ook zeggen: hij capituleerde. Het maakte hem paranoïde.

    Werry Crone, Het Dinsdagprofiel: Guus Kuijer - Verzot op rust en regelmaat, wars van volwassenheid, de Volkskrant 27 maart 2012, Pagina 19.
     
  • 'Internationaal Congres van de International Society for the Care of Crippled Children', Amsterdam.
  • Voorthuijsen, A. van (1931). Het vijfde congres voor “Heilpedagogik”. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 1-7.
     
  • Linthorst, P. (1931). Rapport inzake het spreekonderwijs op de buitengewone scholen. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 12, 21–36.
     
  • Voorthuijsen, A. van (1931). De leeftijd waarop de kinderen op de scholen voor b.o. worden geplaatst. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 65-71.
    Als overdruk opgenomen in de Orthoreeks Retro Perspectief Volume 2 - Dr. A. van Voorthuijsen, grondvester van het speciaal onderwijs in Nederland.
     
  • Hartmans, J.M. (1931). Uit de praktijk van het onderwijs aan imbecillen. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 113-128.
     
  • G.K. (1931). Het biezondere van het buitengewoon onderwijs. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 12, 128 –131.
     
  • Hartmans, J.M. (1931). Uit de praktijk van het onderwijs aan imbecillen II. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 137-145.
     
  • Hartmans, J.M. (1931). Uit de praktijk van het onderwijs aan imbecillen III (slot). Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 161-173.
     
  • Herderschêe, D. (1931). Puberteitsverschijnselen. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 181-186.
    Opgenomen in orthoreeks Retro Perspectief nummer 4.
  • Vos, G.J. (1931). De “moeilijke jaren” onder debiele kinderen. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 203-210.
     
  • Schuijt, H.A. (1931). Samenwerking tussen school en huis. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 221-225.
    Als overdruk opgenomen in Tijdschrift voor Orthopedagogiek april 2010.
     
  • Anoniem (1931). Opening van de vierde leergang voor B.O. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 12, 231–234.
     
  • Geudeken, M.J. (1931). Het onderzoek naar het aantal zwakzinnigen inde provincie Drente. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, 12, 246–253.
     
  • Willemsen, T. (1931). Tegen te sterke verpersoonliking en tegen kleine scholen voor B.O. Tijdschrift voor buitengewoon onderwijs, 12, 254-260.
     
  • Dantzig, Branco van (1931). Vertraagde spraakontwikkeling. Logopaedie en Phononiatrie. Bijblad van het Tijdschrift voor B.O., 5, 49 - 54.