LINK| Jan Dirk Imelman |
| 1939 |
| Voor zijn universitaire loopbaan werkte Imelman als docent in het primair, middelbaar en hoger onderwijs. Hij was vanaf 1979 tot 1990 hoogleraar algemene pedagogiek, in het bijzonder de wijsgerige en historische pedagogiek, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tevens was hij hoogleraar grondslagen en geschiedenis van de pedagogiek aan de Universiteit Utrecht (1989-1998). Hij begon zijn pedagogische carriere met een M.O-akte Pedagogiek (behaald in 1965) van de SPO, waarmee hij doorstroomde naar de universiteit. Imelman was vanaf 1979 secretaris van de stichting en volgde in 1981 Van Gelder op als studieleider. Hij vervulde beide functies tot 1983 en werd vervolgens voorzitter van de stichting. Deze functie vervulde hij tot 1990. Zijn benadering kenschetst zich als een cultuurhistorisch gefundeerde pedagogiek. Hij hield zich als hoogleraar specifiek bezig met de inrichting van het onderwijs. |
| BRON - BRON |
| Jan Rispens |
| 1939 |
| Rispens promoveerde in 1974 en hield, bij zijn aantreden als hoogleraar in Groningen in 1979, een oratie met de titel De paradox van de hulpverlening. 'De Franse filosoof Foucault was in de mode en werd rond dezelfde tijd begrijpelijk gemaakt voor Nederlandse oren door filosoof Hans Achterhuis, die duidelijk maakte dat hulp de neiging heeft de hulpvraag te bestendigen. Rispens noemde dat de paradox van de hulpverlening. Pedagogen weten dat pedagogische hulp erop gericht moet zijn zichzelf op te heffen. We zijn namelijk gericht op het brengen van mensen tot zelfstandigheid. Zeker als het om de markt, om banen gaat, bestaat de neiging dat de hulpvraag bestendigd wordt: als diagnoses geld opleveren, gaan er gekke dingen gebeuren. (Levering). Dat was de maatschappijkritische Rispens. Bij zijn aanstelling in Leiden in 1983 ging Rispens verder op het ingeslagen pad. Zijn oratie, De theorie van de kundige ingreep: over de theoretische fundering van klinisch en orthopedagogisch handelen, stelde zich de vraag hoe je legitimeert dat je therapeutisch ingrijpt. Het laat zien dat het denken in doelstellingen in de pedagogiek niet weggedrukt mag worden en dat hulpverlening zich moet richten op die doelstellingen: geen zelfbedachte, maar met een oriëntatie op waar de ouders met het kind naartoe willen. Dat bepaalt de kundigheid van de ingreep. In 1986 levert Rispens een openingsartikel in een bundel van Levering over theoretische orthopedagogiek. Hij bracht de psychiatrische classificatie in de orthopedagogiek. Vanaf dat moment ging de orthopedagogiek zich bij hem richten op stoornissen. Begin jaren negentig bracht Rispens de bundel Preventie van psychosociale problemen bij kinderen en jeugdigen uit. Na Leiden werd Rispens hoogleraar in Utrecht. Hij adviseerde de regering over het persoonsgebonden budget (het rugzakje) in het onderwijs voor kinderen met een beperking. |
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel