| Luc Stevens |
| 1941 |
| Stevens ontving zijn theoretische en klinische scholing tot pedagoog in de jaren zestig van Langeveld en Vliegenthart in Utrecht en deed zijn eerste ervaringen op in de residentiële kinderbescherming. Hij begon zijn loopbaan in 1968 als wetenschappelijk medewerker aan de Radboud Universiteit te Nijmegen bij Dumont. In de sterk empirisch georiënteerde omgeving leerde hij het onderzoeksmetier beoefenen. In 1974 werd hij medewerker in Utrecht, waar hij in 1975 promoveerde op een evaluatiestudie van het zogenaamde Curriculum Schoolrijp, een preventief onderwijsprogramma voor kleuters. Het jonge basisschoolkind en de predictie en preventie van leerproblemen bleven tot begin jaren tachtig het thema van onderzoek. Na zijn benoeming tot hoogleraar in Utrecht in 1981 breidde Stevens het bestaande ambulatorium uit met faciliteiten voor de diagnostiek en behandeling van schoolproblemen en ontwikkelde hij op basis van de zogenaamde empirisch-regulatieve cyclus een succesvolle rationale voor de opleiding van studenten orthopedagogiek. In 1976 was Stevens voor een half jaar fellow aan de universiteit van Birmingham (Engeland). In de jaren tachtig raakte hij betrokken bij de ontwikkeling van overheidsbeleid ten behoeve van het (speciaal) onderwijs. Hij was, naast een aantal commissielidmaatschappen, vele jaren lid van de Adviesraad Basisonderwijs (ARBO) en voerde met collega Doornbos (UvA) in 1986 en 1987 in opdracht van de Tweede Kamer, de bewindslieden van Onderwijs en de vakorganisaties een onderzoek uit naar de achtergronden van de groei van het speciaal onderwijs. Op basis hiervan werd het latere ‘Weer Samen Naar School’-beleid ontwikkeld en kreeg het begrip adaptief onderwijs bekendheid. Voor hemzelf betekende het groeionderzoek inzicht in de functie van het leerstofjaarklassensysteem als probleemgenerator. Daarna heeft Stevens zich vanaf de jaren negentig geprofileerd als protagonist van onderwijs dat zich primair oriënteert op de leerling en diens talent, tempo, temperament en psychologische basisbehoeften. Dit onderwijs gaat uit van een intrinsiek gemotiveerde leerling, die zichzelf in belangrijke mate reguleren kan, een uitdagend aanbod vraagt en een leraar die naast hem staat, niet vóór hem. Mede door Stevens’ vele voordrachten gedurende vijfentwintig jaar, wordt dit beeld door vele scholen erkend en in nieuwe praktijk vorm gegeven. In 2002 ging Stevens met emeritaat. Intussen was Stevens als reviewer werkzaam voor een drietal Engelstalige wetenschappelijke tijdschriften, voor vaktijdschriften, was hij fellow van de International Academy of Learning Disabilities, was hij tien jaar voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Orthopedagogen en Anderen (O & A), begeleidde hij een twaalftal promoties, werd een school voor speciaal basisonderwijs in Utrecht naar hem genoemd en werd hij in 2003 onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. - 1961-1968: Pedagogiek te Utrecht. - 1975: Promotie te Utrecht. - 1968-1975: Wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Universiteit te Nijmegen. - 1975-1981: Rector aan de Universiteit te Utrecht. - 1976: Priorsfield Fellowshop aan de Birmingham University, UK. - 1976-1979: Docent Pedagogiek aan de Universiteit te Tilburg. - 1981-2002: Hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit te Utrecht. - 1983-1996: Leider Orthopedagogisch Project Afstemming (OPA). - 1999-2004: Leider project Schoolethos. - 2003-heden: Algemeen Directeur NIVOZ - docent Pedagogisch Leiderschap. - april 2008: benoemd tot hoogleraar bij het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit met als opdracht professionalisering van leraren door werkplekleren. |
| BRON |

| Ko Rink |
| 1941-2010 |
| Hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen met name op het gebied van verwaarlozing van kinderen en de opvoeding van criminele jongeren. Ging met emeritaat in 2006. Voor zijn aanstelling op de RUG werkte Rink voor zijn proefschrift vijf jaar in jeugdgevangenissen. |
|
|


Bekijk
Bekijk
Bekijk
Bekijk
Bekijk
Bekijk
BekijkJaarvergadering van de Vereniging ‘Onderwijzers en Artsen’ op 12 April 1941 in ‘Monopole’ te Amersfoort Fragment tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs, mei 1941 Van het hoofdbestuur
“De jaarvergadering gaat door!”
Snel het bericht doorgeven.
Moeilijkheden met het reizen…?
Hoe de lunches in te richten?
‘t Doet er niet toe: de jaarvergadering gaat door!
Van Noord en Zuid, van Oost en West zullen ze komen, de werkers bij het buitengewoon onderwijs, en elkaar de hand reiken. Een lang en bang jaar ligt achter ons. We hebben behoefte elkaar te zien, met elkaar te spreken over onze gemeenschappelijke taak en moeilijkheden. Er is werk te doen ten belange van het misdeelde kind; ook nu; juist nu.
Verleden jaar kwamen we in haastige vergadering, ver in het jaar, bijeen te Utrecht. Het jaar daarvoor waren meer dan honderd b.o.-ers verenigd in de Mr. Or. v. Id. Bergh-stichting, die daar tegen de blonde duinen van Noordwijk ligt aangevlijd. Toen toverde een vroege voorjaarszon blijheid en straalden kleurige voorjaarsbloemen in de gulle ‘Instuif’ te Noordwijk.
12 April 1941.
De lage luchten hangen zwaar boven de huizenresten van Rotterdam. In de grauwe ruimte van het Maasstation beweegt zich een druk reizigersgedoe. Op tijd vertrekt de overvolle trein en schuift de groene velden in. Voorbij Utrecht komen de eerste dennenbomen en dan de heide, overkoepeld door een egaal-grauwe lucht.
Daar is Amersfoort, waar O. en A. dit jaar haar vergadering houdt.
Een dichte hemel, een kleurloze dag… maar ‘de jaarvergadering gaat door’, dus: een blij ontmoeten van werkers bij het b.o. De zaal is zowaar te klein. Daar heb je Winschoten en Emmen en… ‘nee maar, is ‘t heus? De ere-voorzitter is ook aanwezig. Fijn, de heer Schreuder weer eens te zien.
Onder zijn bezielende leiding heeft O. en A. menigmaal vergaderd.
Dan opent de Voorzitter de vergadering, heet de aanwezigen welkom, inzonderheid de ere-voorzitter en Mej. dr. Van der Wal, de spreekster voor heden-middag en spreekt vervolgens over de onzekerheid om ons heen. Deze onzekerheid geeft een gevoel van saamhorigheid en brengt tot samenwerking naar één doel, waarbij de werkelijkheid steeds voor ogen moet worden gehouden.
Van ieder vraagstuk wordt nu eerst de sociale zijde belicht. Het buitengewoon onderwijs is een onderdeel van de sociale zorg.
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel
Bekijk het artikel