| Gerardus Arnoldus Nicolaus Allebé |
| 29 mei (ook: november) 1810-18 juli 1892 |
| Hij werd in 1827 medisch student en verwierf destijds de gouden medaille voor de beantwoorden van een prijsvraag. Hij promoveerde op 27 januari 1836 in Leiden, waarna hij in Amsterdam tot 1874 praktiseerde. Zijn hoofdstudie werd de Gezondheidsleer. Zijn werkzaamheden werden zeer gewaardeerd door wetenschappelijke instellingen, het stadsbestuur, het provinciale toezicht op het gezondheidswezen en de landsregering. Hij maakte deel uit van het bestuur van talrijke instellingen en van verschillende commissies, die zich beijverden voor het tot stand brengen van inrichtingen van algemeen nut. Zo was hij mede-oprichter van het Algemeen ziekenfonds voor Amsterdam, en van de Vereeniging ‘Het Witte Kruis', lid van de gezondheidscommissie en van het genootschap tot bevordering van de koepokinrichting, hoofdbestuurder van de Maatschappij tot het Nut van 't Algemeen en oprichter van de ‘Inrichting voor orthopaedische gymnastiek’. Zijn belangstelling op het gebied van de gymnastiek in het algemeen maakte, dat men hem kon beschouwen als de baanbreker voor lichamelijke opvoeding in Nederland. Op 12 december 1868 werd hij benoemd tot adjunct-inspecteur van het geneeskundig staatstoezicht voor Noord-Holland. Als curator van het Athenaeum behartigde hij gedurende vele jaren de belangen van deze inrichting van onderwijs. In 1874 legde hij zijn medische praktijk neer. Behalve Latijnse werken over zijn vak, schreef hij onder andere: Wasch- en badhuizen in Amsterdam (1839), De ontwikkeling van het kind naar lichaam en geest, handleiding voor moeders bij de eerste opvoeding (1845) en omgewerkt door ‘het Nut’ uitgegeven als: Het kind in zijne eerste levensjaren (1853). Hij schreef met Dr. H. van Cappelle: de Gezondheidsvereischten van schoolgebouwen (1861), twee geschriften over gymnastiek voor meisjes (1857 en 1878) en een aantal verspreide artikelen en opstellen over gezondheidsleer o.a. in het Tijdschrift De Schat der Gezondheid. In April 1893 werd er een commissie gevormd uit bekende voorstanders van lichaamsoefeningen met het doel zijn nagedachtenis te eren door het plaatsen van een gedenkteken op zijn graf, dat in 1894 onthuld werd. |
|
BRON: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891. BRON: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 4. A.W. Sijthoff, Leiden 1918. |

Portret van Gerardus Arnoldus Nicolaus Allebé als jongeman, Cornelis Kruseman, 1807 - 1857