Op deze website wordt u het overzicht - meer dan - ‘100 jaar Orthopedagogiek’ gepresenteerd.

Deze website is eigendom van het Hermen J, Jacobsfonds
Het Hermen J. Jacobsfonds ondersteunt onder andere projecten op het terrein van het speciaal onderwijs. Hermen J. Jacobs was 30 jaar eindredacteur van het toonaangevende tijdschrift voor het buitengewoon onderwijs en publiceerde tientallen artikelen. Deze en vele andere artikelen kunnen via deze site geraadpleegd worden. Indien u toegang wilt hebben tot de artikelen, kunt u een verzoek sturen aan het secretariaat van het Hermen J. Jacobsfonds via secretariaathjjacobsfonds@gmail.com.

U treft hiernaast als eerste het onderdeel
'<< 1909' aan. U komt via deze 'knop' bij
de gebeurtenissen voorafgaand aan 1909, het oprichtingsjaar van - de voorlopers van - het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Daar kunt u via de 'knop' '>>1909' naar de huidige pagina terugkeren.
Hiernaast wordt het overzicht van 1909 tot en met het huidige jaar weergegeven.

Binnen dit jaaroverzicht wordt een 5-tal categorieën weergegeven, te weten:
 

  •  
    Wetten en regelingen
  •  
    Gebeurtenissen
  •  
    Ontwikkelingen in het veld
  •  
    Artikelen
  •  
    Ontstaansgeschiedenis

    Zie voor verdere informatie:
    Colofon - Disclaimer - Over (rechts - onder)

100 Jaar - 1810

  • De 'Code Pénal' wordt ingevoerd. Dit wetboek maakt het mogelijk dat kinderen tot 16 jaar hoge straffen kunnen krijgen. In artikel 66 van het wetboek wordt bepaald dat kinderen tot 16 jaar die 'zonder oordeel des onderscheids' - als men de feitelijke strekking der handeling beseft en men het maatschappelijk ongeoorloofde der handeling inziet - gehandeld hebben, vrijgesproken moeten worden. In het geval dat de rechter van mening is dat kinderen toerekeningsvatbaar zijn, dan kunnen zij gevangenisstraf krijgen tot maximaal 20 jaar, zij kunnen echter niet ter dood veroordeeld worden. Als ze 'zonder oordeel des onderscheids' gehandeld hebben kan de rechter de kinderen teruggeven aan de ouders of het kind naar een verbeterhuis, vergelijkbaar met een gevangenis, sturen.
  • Conservering van voedsel: De Fransman Nicolas Appert gebruikt hiervoor glazen flessen -1809 -; de Brit Peter Durand vindt het metalen conservenblik uit en kreeg ook het patent erop.
     
  • Nederland wordt bij Frankrijk als een provincie ingelijfd: het wordt deel van het grote keizerrijk, dat zich uitstrekte van de Adriatische Zee en de Pyreneeën tot de Noordzee en van de Rijn tot de Oceaan.
  • Instelling van de dienstplicht.
Gerardus Arnoldus Nicolaus Allebé
29 mei (ook: november) 1810-18 juli 1892
Hij werd in 1827 medisch student en verwierf destijds de gouden medaille voor de beantwoorden van een prijsvraag. Hij promoveerde op 27 januari 1836 in  Leiden, waarna hij in Amsterdam tot 1874 praktiseerde. Zijn hoofdstudie werd de Gezondheidsleer. Zijn werkzaamheden werden zeer gewaardeerd door wetenschappelijke instellingen, het stadsbestuur, het provinciale toezicht op het gezondheidswezen en de landsregering.
Hij maakte deel uit van het bestuur van talrijke instellingen en van  verschillende commissies, die zich beijverden voor het tot stand brengen van inrichtingen van algemeen nut. Zo was hij mede-oprichter van het Algemeen ziekenfonds voor Amsterdam, en van de Vereeniging ‘Het Witte Kruis', lid van de gezondheidscommissie en van het genootschap tot bevordering van de koepokinrichting, hoofdbestuurder van de Maatschappij tot het Nut van 't Algemeen en  oprichter van de ‘Inrichting voor orthopaedische gymnastiek’. Zijn belangstelling op het gebied van de gymnastiek in het algemeen maakte, dat men hem kon beschouwen als de baanbreker voor lichamelijke opvoeding in Nederland. Op 12 december 1868 werd hij benoemd tot adjunct-inspecteur van het geneeskundig staatstoezicht voor Noord-Holland. Als curator van het Athenaeum behartigde hij gedurende vele jaren de belangen van deze inrichting van onderwijs.
In 1874 legde hij zijn medische praktijk neer.
Behalve Latijnse werken over zijn vak, schreef hij onder andere: Wasch- en badhuizen in Amsterdam (1839), De ontwikkeling van het kind naar lichaam en geest, handleiding voor moeders bij de eerste opvoeding (1845) en omgewerkt door ‘het Nut’ uitgegeven als: Het kind in zijne eerste levensjaren (1853). Hij schreef met Dr. H. van Cappelle: de Gezondheidsvereischten van schoolgebouwen (1861),  twee geschriften over gymnastiek voor meisjes (1857 en 1878) en een aantal verspreide artikelen en opstellen over gezondheidsleer o.a. in het Tijdschrift De Schat der Gezondheid.
In April 1893 werd er een commissie gevormd uit bekende voorstanders van lichaamsoefeningen met het doel zijn  nagedachtenis te eren door het plaatsen van een gedenkteken op zijn graf, dat in 1894 onthuld werd.
BRON: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891.
BRON: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 4. A.W. Sijthoff, Leiden 1918.


Portret van Gerardus Arnoldus Nicolaus Allebé als jongeman, Cornelis Kruseman, 1807 - 1857

  • Anslijn publiceert 'De Brave Maria', omtrent de kwaliteiten van een goede huisvrouw: orde zuinigheid, netheid en naaikunst.